Socioculturele theorie: een overzicht van vygotsky’s concepten en toepassingen

Leren kinderen

Een ouder kijkt toe terwijl een kind worstelt met een wiskundeprobleem. Het antwoord laat op zich wachten en dat voelt ongemakkelijk. In plaats van het probleem over te nemen, stelt de ouder enkele gerichte vragen. Het kind denkt hardop, probeert een nieuwe aanpak en komt stap voor stap dichter bij een oplossing. In deze korte interactie gebeurt meer dan het leren van een rekensom.

Dit soort momenten vormt de kern van het denken van Lev Vygotsky. Hij zag leren niet als een individueel proces dat zich in stilte afspeelt. Ontwikkeling ontstaat volgens hem juist in interactie met anderen. Wat een kind vandaag met hulp kan, wordt morgen zelfstandig mogelijk. Die verschuiving maakt groei zichtbaar.

Vygotsky werkte onder omstandigheden die zijn denken scherp maakten. Hij leefde in een periode van grote politieke en maatschappelijke veranderingen. Zijn leven was kort en werd overschaduwd door ziekte. Juist daardoor schreef hij met urgentie over ontwikkeling, potentie en onderwijs. Hij keek niet alleen naar wat een kind al beheerst, maar vooral naar wat mogelijk wordt in een ondersteunende omgeving.

De socioculturele theorie die hij ontwikkelde, legt uit hoe sociale interactie en cultuur leren vormgeven. Cognitieve groei ontstaat volgens deze theorie niet in isolatie. Ze ontwikkelt zich via contact met ouders, leraren en leeftijdsgenoten. Voor opvoeders en verzorgers biedt dit denken een ander perspectief. Niet directe instructie staat centraal, maar het begeleiden van ontwikkeling in alledaagse situaties.

Wie was Lev Vygotsky

Lev Vygotsky werd geboren in het Russische Rijk aan het einde van de negentiende eeuw. Hij groeide op in een Joods middenklassegezin in een samenleving met strikte beperkingen voor Joodse burgers. Toegang tot hoger onderwijs was geen vanzelfsprekendheid. Slechts een klein aantal universiteitsplaatsen was beschikbaar. Vygotsky kreeg toegang via een lotingssysteem, wat zijn verdere loopbaan sterk bepaalde.

Zijn opleiding verliep breed en ongewoon voor een psycholoog. Hij studeerde rechten, maar verdiepte zich tegelijk in literatuur, filosofie en taalwetenschap. Psychologie zag hij niet als een geïsoleerd vakgebied. Voor hem hoorde het bij grotere vragen over menselijk denken, cultuur en betekenis. Die brede basis is later duidelijk zichtbaar in zijn theorie.

Vygotsky werkte in een periode van grote maatschappelijke omwenteling. De Russische Revolutie veranderde de manier waarop men naar mens en opvoeding keek. Wetenschap kreeg een politieke lading. Psychologisch onderzoek moest passen binnen ideologische kaders. Vygotsky probeerde binnen die grenzen ruimte te vinden voor diepgaand denken.

Zijn leven werd overschaduwd door ziekte. Hij leed jarenlang aan tuberculose en wist dat zijn tijd beperkt was. Dat besef gaf zijn werk een sterke urgentie. Hij schreef intensief en snel, vaak met nieuwe begrippen waarvoor nog geen vaste taal bestond. Veel van zijn werk verscheen pas na zijn dood, waardoor zijn invloed pas later echt zichtbaar werd.

Historische en maatschappelijke context

Lev Vygotsky ontwikkelde zijn ideeën in een periode van grote onrust en verandering. De Russische Revolutie zette bestaande maatschappelijke structuren op hun kop. Onderwijs kreeg een nieuwe rol binnen de opbouw van de samenleving. Wetenschap moest bijdragen aan sociale vooruitgang. Dat bepaalde sterk het klimaat waarin Vygotsky werkte.

Voor Lev Vygotsky was deze maatschappelijke omwenteling geen abstract decor. Het revolutionaire denken over mens en maatschappij beïnvloedde direct zijn visie op ontwikkeling. Individuele groei moest begrepen worden binnen sociale structuren. Dat verklaart waarom hij leren niet zag als een innerlijk proces, maar als iets dat ontstaat in gezamenlijke activiteit en dialoog.

Psychologie stond onder politieke druk. Theorieën moesten aansluiten bij het heersende denken. Dat betekende dat onderzoek nooit volledig vrij was. Sommige benaderingen kregen ruimte. Andere werden gewantrouwd of afgewezen. Ontwikkelingspsychologie bevond zich in een spanningsveld tussen wetenschap en ideologie.

Vygotsky probeerde binnen deze context een eigen koers te varen. Hij wees zowel puur biologische verklaringen als simplistische ideologische benaderingen af. Voor hem moest psychologie verklaren hoe mensen zich ontwikkelen binnen hun sociale en culturele werkelijkheid. Dat maakte zijn werk vernieuwend en kwetsbaar tegelijk.

Na zijn dood verslechterde de situatie voor zijn vakgebied. Ontwikkelingspsychologie werd veroordeeld en zijn werk raakte in de verdrukking. Publicatie werd beperkt en verspreiding stokte. Pas veel later kreeg zijn denken opnieuw aandacht. Dat verklaart waarom zijn invloed in het Westen pas decennia later zichtbaar werd.

Kennis en cultuur verbinden

De rol van sociale interactie

Lev Vygotsky ging ervan uit dat leren altijd ontstaat tussen mensen. Hij verzette zich tegen het idee dat ontwikkeling vooral van binnenuit komt. Volgens hem vormt interactie de basis van denken. Een kind leert door samen te handelen, samen te spreken en samen problemen te onderzoeken. Zonder die uitwisseling kan ontwikkeling niet volledig tot stand komen.

In zijn visie spelen mensen met meer ervaring een belangrijke rol. Dat kunnen ouders zijn, leraren of andere kinderen. Zij helpen een kind om stappen te zetten die het zelfstandig nog niet kan zetten. Deze begeleiding is geen eenrichtingsverkeer. Het kind is actief betrokken en denkt mee. Leren krijgt zo het karakter van samenwerking.

Sociale interactie bepaalt niet alleen wat kinderen leren, maar ook hoe zij leren. Door gesprekken, vragen en reacties nemen kinderen manieren van denken over. Die manieren worden later eigen. Ontwikkeling begint dus buiten het individu. Pas daarna wordt zij innerlijk.

Culturele hulpmiddelen en hun betekenis

Naast sociale interactie speelt cultuur een centrale rol in Vygotsky’s denken. Hij stelde dat elke cultuur specifieke hulpmiddelen aanreikt die denken sturen. Deze hulpmiddelen kunnen tastbaar zijn, zoals boeken of schrijfmateriaal. Ze kunnen ook symbolisch zijn, zoals taal, cijfers en schema’s. Via deze middelen krijgt leren structuur.

Kinderen groeien op binnen een culturele context die bepaalt welke hulpmiddelen beschikbaar zijn. In sommige omgevingen ligt de nadruk op mondelinge overdracht. In andere omgevingen speelt schrift een grotere rol. Vygotsky zag deze verschillen als bepalend voor ontwikkeling. Ze vormen geen achterstand of voorsprong, maar een ander ontwikkelingspad.

Deze culturele hulpmiddelen werken als bruggen tussen mens en wereld. Door ze te gebruiken, leren kinderen niet alleen nieuwe vaardigheden. Ze nemen ook manieren van denken over die binnen hun cultuur gebruikelijk zijn. Zo wordt cognitieve ontwikkeling altijd verbonden met de sociale en culturele omgeving.

Hoe leren werkt in de praktijk

Ondersteuning en scaffolding

Volgens Lev Vygotsky ontstaat leren het sterkst wanneer een kind ondersteuning krijgt die precies aansluit bij wat het nog net niet zelfstandig kan. Deze ondersteuning staat bekend als scaffolding. Het gaat om hulp die tijdelijk is en doelgericht wordt ingezet. Die hulp kan bestaan uit vragen stellen, voordoen of samen nadenken. Het doel is niet om het probleem over te nemen, maar om het kind verder te helpen denken.

Vygotsky verwoordde dit proces zelf kernachtig met de uitspraak:
“What the child can do today in collaboration, tomorrow he will be able to do independently.”
Deze zin vat samen hoe begeleiding leidt tot zelfstandigheid. Wat eerst samen gebeurt, wordt later eigen kunnen.

Scaffolding verandert mee met de ontwikkeling van het kind. In het begin is de ondersteuning duidelijk en zichtbaar. Naarmate het kind meer grip krijgt, trekt de begeleider zich stap voor stap terug. Het kind neemt steeds meer verantwoordelijkheid over. Zo verschuift leren van samen doen naar zelf doen. Dat proces maakt ontwikkeling duurzaam.

Deze vorm van begeleiding vraagt aandacht en afstemming. De begeleider moet goed kijken waar het kind staat. Te veel hulp remt groei. Te weinig hulp leidt tot vastlopen. Scaffolding vraagt dus om actief observeren en reageren. Het is geen vast stappenplan, maar een voortdurend afstemmen.

Internalisatie en kennis eigen maken

Vygotsky gebruikte het begrip internalisatie om te beschrijven hoe leren blijvend wordt. Wat eerst samen gebeurt, wordt later innerlijk eigen. Handelingen en denkstappen die aanvankelijk worden ondersteund, worden uiteindelijk zelfstandig uitgevoerd. Dat geldt voor taal, probleemoplossing en sociaal gedrag. Leren verplaatst zich van buiten naar binnen.

Internalisatie begint altijd in interactie. Een kind leert eerst door mee te doen. Pas daarna ontstaat innerlijk begrip. Dit verklaart waarom praten, samenwerken en uitleg zo belangrijk zijn. Zonder deze stappen blijft kennis oppervlakkig. Met internalisatie wordt kennis onderdeel van het eigen denken.

Dit proces verloopt niet automatisch. Het vraagt herhaling en betekenisvolle situaties. Kinderen moeten de kans krijgen om nieuwe kennis toe te passen. In spel, gesprekken en gezamenlijke activiteiten krijgt internalisatie vorm. Zo groeit leren uit tot zelfstandig kunnen handelen.

De zone van naaste ontwikkeling

Leren tussen wat is en wat mogelijk wordt

Lev Vygotsky introduceerde de zone van naaste ontwikkeling om beter te begrijpen waar leren werkelijk plaatsvindt. Hij maakte onderscheid tussen wat een kind zelfstandig kan en wat het kan bereiken met hulp. Dat verschil vormt de zone waarin ontwikkeling mogelijk wordt. Leren dat zich daar afspeelt, sluit aan bij ontwikkelingsruimte in plaats van bij bestaande vaardigheden. Het gaat dus niet om het meten van wat al beheerst wordt.

Volgens Vygotsky is deze zone dynamisch. Ze verandert voortdurend naarmate een kind zich ontwikkelt. Wat vandaag nog ondersteuning vraagt, kan morgen zelfstandig lukken. Dat maakt leren een vooruitkijkend proces. De focus verschuift van beoordeling naar groei.

De rol van begeleiding

Binnen de zone van naaste ontwikkeling speelt begeleiding een centrale rol. Die begeleiding komt vaak van iemand met meer ervaring. Dat kan een ouder zijn, een leraar of een leeftijdsgenoot. Het is niet de positie die telt, maar de mate van inzicht. De begeleider helpt het kind om verbanden te leggen en stappen te zetten.

Belangrijk is dat deze begeleiding afgestemd is. Ze sluit aan bij wat het kind al begrijpt. Te grote stappen werken niet. Te kleine stappen houden ontwikkeling tegen. De kracht zit in het precies goed uitdagen. Dat vraagt aandacht en flexibiliteit.

Verder kijken dan het klaslokaal

Vygotsky zag de zone van naaste ontwikkeling niet als een puur didactisch hulpmiddel. Hij beschouwde het als een algemeen principe van menselijke ontwikkeling. Het geldt voor leren op school, maar ook voor sociale en persoonlijke groei. Mensen ontwikkelen zich altijd in relatie tot anderen. Ook buiten formele leeromgevingen.

Dit perspectief nodigt uit om ontwikkeling breder te bekijken. Niet alleen toetsen en prestaties tellen. Ook samenwerking, gesprekken en gezamenlijke activiteiten geven zicht op potentie. Zo wordt leren een sociaal proces dat verder reikt dan het klaslokaal.

Spel als kern van ontwikkeling

Spel als leidende activiteit

Lev Vygotsky zag spel niet als tijdverdrijf. Voor jonge kinderen was spel volgens hem de belangrijkste motor van ontwikkeling. In spel nemen kinderen rollen aan die verder reiken dan hun dagelijkse gedrag. Ze volgen regels die ze zelf gekozen hebben. Dat vraagt zelfbeheersing en aandacht. Juist daardoor ontstaat groei.

Vygotsky vatte dit belang van spel samen in een vaak geciteerde uitspraak:
“In play a child always behaves beyond his average age, above his daily behaviour; in play it is as though he were a head taller than himself.”
Met deze woorden maakte hij duidelijk dat spel laat zien wat een kind bijna kan. Spel toont ontwikkeling in wording. Het is geen afspiegeling van het huidige niveau, maar een venster op ontwikkelingsruimte.

In spel laten kinderen gedrag zien dat ze buiten spel nog niet volhouden. Ze spreken volwassener taal. Ze plannen vooruit. Ze houden rekening met anderen. Dat maakt spel tot een plek waar potentie zichtbaar wordt. Spel toont niet wat een kind al is, maar wat het aan het worden is.

Vygotsky beschouwde spel daarom als leidende activiteit in de vroege kindertijd. Andere vormen van leren bouwen daarop voort. Zonder spel mist ontwikkeling een oefenruimte. In spel worden nieuwe vaardigheden uitgeprobeerd zonder directe gevolgen. Dat maakt leren veilig en betekenisvol.

Regels, verbeelding en zelfsturing

Spel combineert vrijheid met structuur. Kinderen verzinnen situaties, maar houden zich aan zelfgekozen regels. Die combinatie is essentieel. Het dwingt kinderen om hun impulsen te sturen. Ze moeten hun rol vasthouden en afspraken respecteren. Dat versterkt zelfsturing.

Verbeelding speelt daarbij een grote rol. Een stok wordt een paard. Een doos wordt een huis. Door die verbeelding leren kinderen abstract denken. Ze zien dat objecten meer dan één betekenis kunnen hebben. Dat vermogen vormt een basis voor later leren.

In spel komen emotie, wil en denken samen. Kinderen oefenen sociale relaties. Ze leren omgaan met spanning en teleurstelling. Spel ondersteunt zo niet alleen cognitieve ontwikkeling, maar ook emotionele groei. Dat maakt het voor Vygotsky onmisbaar.

Spel en sociale interactie

Spel vindt zelden alleen plaats. Meestal spelen kinderen samen. Daarbij onderhandelen ze over regels en rollen. Dat vraagt taal en afstemming. Die interactie sluit direct aan bij Vygotsky’s bredere theorie. Ontwikkeling ontstaat tussen mensen.

Tijdens gezamenlijk spel begeleiden kinderen elkaar. Ze corrigeren en helpen. Soms nemen oudere of vaardigere kinderen het voortouw. Zo ontstaat vanzelf begeleiding binnen de zone van naaste ontwikkeling. Spel wordt een natuurlijke leeromgeving.

Door spel leren kinderen hoe samenwerking werkt. Ze oefenen sociale structuren in het klein. Die ervaringen nemen ze mee naar andere situaties. Spel vormt zo een brug tussen de wereld van het kind en de bredere samenleving.

Taal en denken

Taal als motor van cognitieve ontwikkeling

Lev Vygotsky zag taal als een actief hulpmiddel voor denken. Taal dient niet alleen om ideeën te delen met anderen. Taal helpt ook om gedachten te vormen en te ordenen. Door woorden te gebruiken, krijgt denken structuur. Ontwikkeling van taal en ontwikkeling van denken verlopen daarom samen.

Volgens Vygotsky ontstaat denken eerst in sociale situaties. Kinderen spreken met anderen en nemen die taalvormen over. Pas later worden deze gesprekken innerlijk. Wat eerst hardop gebeurt, verplaatst zich naar het hoofd. Dat proces maakt zelfstandig denken mogelijk. Zonder taal blijft denken beperkt.

Deze visie verschilt van ideeën die taal zien als bijzaak. Voor Vygotsky stond taal centraal. Het is een cultureel hulpmiddel dat denken mogelijk maakt. Daarom hechtte hij groot belang aan gesprekken, uitleg en gezamenlijke reflectie.

Privéspraak en innerlijk spreken

Een opvallend verschijnsel dat Vygotsky onderzocht, is privéspraak. Kinderen praten hardop tegen zichzelf tijdens het spelen of werken. Dat gedrag werd lang gezien als onvolwassen. Vygotsky gaf er een andere betekenis aan. Hij zag privéspraak als een belangrijke stap in ontwikkeling.

Privéspraak helpt kinderen om hun handelen te sturen. Door hardop te zeggen wat ze doen, houden ze overzicht. Ze plannen en controleren hun gedrag. Dit spreken is geen teken van verwarring. Het laat juist zien dat denken actief wordt.

Na verloop van tijd verdwijnt deze hoorbare taal. Ze wordt innerlijk. Het kind hoeft niet meer hardop te spreken om te denken. Zo ontstaat innerlijk spreken. Dat vormt de basis voor zelfstandig redeneren en plannen. Taal wordt denken.

Verschil met andere theorieën

Vygotsky’s visie op taal verschilde van die van tijdgenoten. Sommige denkers zagen hardop praten als iets dat vanzelf verdwijnt. Vygotsky liet zien dat het een ontwikkelingsstap is. Privéspraak verdwijnt niet, maar verandert van vorm.

Dit inzicht heeft grote invloed gehad op onderwijs. Het verklaart waarom praten tijdens leren zinvol is. Het laat zien dat stilte niet altijd denken betekent. Soms is spreken juist nodig om grip te krijgen. Dat maakt taal tot een krachtig hulpmiddel in leren.

Vygotsky stond niet los van andere denkers uit zijn tijd. Hij kende het werk van Jean Piaget goed en nam het serieus. In zijn vroege jaren bewonderde hij Piagets onderzoek naar de ontwikkeling van kinderlijk denken. Hij herhaalde meerdere van diens experimenten en gebruikte die als uitgangspunt voor zijn eigen analyse. De verschillen tussen hun ideeën ontstonden pas later.

Het fundamentele verschil lag in hun visie op innerlijke spraak. Piaget zag hardop praten van kinderen als egocentrische spraak die vanzelf verdwijnt naarmate een kind rijper wordt. Vygotsky liet zien dat dit spreken niet verdwijnt, maar van vorm verandert. Het wordt innerlijk spreken en vormt de basis van denken. Denken ontstaat volgens hem niet vóór taal, maar groeit eruit voort.

Kritiek en grenzen van Vygotsky’s theorie

Vragen rond meetbaarheid en toepassing

Lev Vygotsky heeft een theorie nagelaten die rijk is aan ideeën, maar lastig te meten blijft. De zone van naaste ontwikkeling klinkt helder, maar blijkt in de praktijk moeilijk af te bakenen. Ontwikkeling verloopt grillig en niet in nette stappen. Dat maakt het lastig om exact vast te stellen waar ondersteuning moet beginnen en eindigen. Professionals moeten dus voortdurend observeren en bijstellen.

Een ander punt van kritiek raakt de toepasbaarheid in drukke onderwijsomgevingen. De theorie vraagt tijd, aandacht en afstemming. In grote groepen lukt dat niet altijd. Daardoor bestaat het risico dat het idee wordt vereenvoudigd tot losse technieken. Dan verliest het zijn kracht.

Individuele verschillen en neurodiversiteit

Sommige onderzoekers vinden dat Vygotsky te weinig oog had voor individuele verschillen. Persoonlijkheid, motivatie en neurodiversiteit krijgen beperkt aandacht in zijn werk. Niet elk kind profiteert op dezelfde manier van sociale interactie. Sommige kinderen leren juist beter in rust of met meer structuur. Dat vraagt nuancering.

Latere denkers hebben deze lacunes deels ingevuld. Zij combineren Vygotsky’s nadruk op context met kennis over individuele ontwikkeling. Zo blijft zijn werk relevant, maar niet onaantastbaar. Kritiek helpt om de theorie verder te verfijnen.

Balans tussen begeleiding en autonomie

Een blijvende spanning binnen de theorie is de balans tussen helpen en loslaten. Te veel begeleiding kan zelfstandigheid remmen. Te weinig begeleiding kan leiden tot frustratie. Die balans vraagt professioneel oordeel. Er bestaat geen vaste formule.

Deze spanning maakt de theorie tegelijk sterk en veeleisend. Ze dwingt opvoeders en leraren om te blijven nadenken. Leren wordt geen standaardprocedure. Het blijft maatwerk.

Misverstanden

Rond Vygotsky’s theorie bestaan hardnekkige misverstanden. Een daarvan is het idee dat leren vooral een individueel proces is. Vygotsky stelde juist het tegenovergestelde. Ontwikkeling ontstaat eerst tussen mensen en wordt pas later innerlijk eigen. Leren in isolatie leidt volgens hem tot oppervlakkig begrip.

Een tweede misverstand is dat zijn ideeën alleen relevant zijn voor het onderwijs. Hoewel zijn werk grote invloed heeft gehad op pedagogiek, reikt zijn theorie verder. Ouderschap, samenwerking op de werkvloer en begeleiding in sociale contexten volgen dezelfde principes. Overal waar mensen samen leren en handelen, is zijn denken toepasbaar.

Nalatenschap en blijvende relevantie

Van onderdrukking naar invloed

Lev Vygotsky maakte zijn belangrijkste werk in een periode waarin zijn ideeën weinig ruimte kregen. Na zijn dood raakte ontwikkelingspsychologie in de Sovjet Unie in diskrediet. Zijn teksten werden niet vrij verspreid en bleven lange tijd ontoegankelijk. Daardoor kon zijn theorie zich niet direct ontwikkelen binnen het academische debat. Zijn invloed werd pas later zichtbaar.

Zijn ideeën bleven lange tijd buiten bereik van onderzoekers in het Westen. Ze waren geschreven in een andere taal en ontstonden achter politieke grenzen die uitwisseling beperkten. Pas na vertaling en publicatie werd zijn werk breder toegankelijk. Die late kennismaking verklaart waarom zijn invloed in het Westen pas decennia na zijn dood zichtbaar werd.

Na de dood van Stalin veranderde dit langzaam. Vygotsky’s werk werd opnieuw uitgegeven en vond zijn weg naar onderzoekers en opleiders. In het Westen verschenen vertalingen die grote impact hadden. Vooral binnen onderwijs en pedagogiek sloegen zijn ideeën aan. Zijn nadruk op interactie en context bood een alternatief voor individualistische leertheorieën.

Doorwerking in onderwijs en onderzoek

Leerlingen en collega’s van Vygotsky bouwden zijn ideeën verder uit. Zij pasten zijn denken toe op onderzoek naar geheugen, spel en leren. Daarmee ontstond een brede stroming die vandaag nog zichtbaar is. Veel moderne onderwijsconcepten dragen sporen van zijn werk. Samenwerkend leren en begeleide instructie sluiten direct aan bij zijn theorie.

Ook buiten het onderwijs blijft zijn invloed merkbaar. Training op de werkvloer, begeleiding en coaching maken gebruik van vergelijkbare principes. Leren gebeurt in interactie en in betekenisvolle situaties. Dat maakt zijn werk toepasbaar in verschillende levensfasen.

Ook in digitale omgevingen blijft Vygotsky’s denken toepasbaar. Online platforms waar mensen samenwerken, ideeën uitwisselen en elkaar begeleiden functioneren als nieuwe culturele hulpmiddelen. Ze maken sociale interactie mogelijk over fysieke grenzen heen. In die zin veranderen technologie en media de vorm van leren, maar niet het principe. Ontwikkeling blijft sociaal van aard.

Waarom Vygotsky relevant blijft

Vygotsky’s kracht ligt in zijn aandacht voor ontwikkelingsruimte. Hij keek niet alleen naar prestaties, maar naar wat mogelijk wordt met steun. In een tijd waarin meten en vergelijken centraal staan, biedt dat een ander perspectief. Het nodigt uit om ontwikkeling breder te zien. Niet als score, maar als proces.

Zijn nadruk op sociale en culturele context blijft actueel. Mensen leren niet los van hun omgeving. Die omgeving verandert voortdurend. Juist daarom blijft zijn denken richting geven. Het herinnert ons eraan dat leren altijd relationeel is. Groei ontstaat samen.

Meer lezen over: Leren kinderen

Bronnen


Waarom word je steeds verliefd op hetzelfde type?

Lees het artikel Lovemaps: de verborgen blauwdruk van onze liefde.


Nog niet gevonden wat je zocht? Ik help je graag verder.


Sanne Jansen

Sanne Jansen

Redactie weten.site

Sanne Jansen groeide op in een gezin waar veel werd voorgelezen en verhalen werden gedeeld. Ze leerde al vroeg dat een goed geschreven artikel verwarring kan wegnemen en wil dat gevoel ook aan lezers doorgeven. Ze schrijft helder en brengt droge feiten tot leven met herkenbare voorbeelden uit het dagelijks leven.