De vijf bloederigste sektes van de 20ste eeuw

Een sekte is een groep die zich centreert rondom een geloof of overtuiging en zich distantieert van mensen met andere geloofsovertuigingen. Een typerend kenmerk van een sekte is dat er vaak een sterke leider is die andere leden volgen. Doorgaans wordt deze persoon gezien als de uitverkorene, een messias of iemand met een missie.

Sektes eisen vaak exclusieve toewijding van hun leden en isoleren de leden langzaam van andere mensen. Dat kan verregaande gevolgen hebben. Een sekte kan uitdraaien op manipulatie, financiële uitbuiting, arbeidsuitbuiting, verwaarlozing of seksueel misbruik. In de allerergste gevallen eindigen sektes in zelfmoord of moord. Dit zijn vijf roemruchte voorbeelden van deze dodelijke sektes uit de twintigste eeuw.

Op 18 november 1978 pleegde sekteleider Jim Jones zelfmoord en sleept daarbij 909 van zijn volgelingen mee de dood in.

Jones was een zelfgewijde christelijke predikant die in 1931 in Indiana werd geboren. Hij richtte in 1953 de People’s Temple op in zijn thuisstaat, een christelijke organisatie die zich inzette voor de minder bedeelden in Amerika. Als snel evolueerde het tot een sekte met Jim Jones als autoritaire leider. Hij verhuisde vervolgens zijn gemeente naar Californië in de jaren zestig van de vorige eeuw.

Uiteindelijk richtte hij zijn hoofdkwartier op in San Francisco, waar hij een grote, raciaal diverse aanhang had en leden van zijn People’s Temple aanbood als campagnevrijwilligers voor politici. In 1976 benoemde de burgemeester van San Francisco de charismatische, machtswellustige Jones tot onderdeel en uiteindelijk voorzitter van de Housing Authority van de stad.

In 1977 volgde een golf van negatieve publiciteit over het feit dat leden van de People’s Temple fysiek en mentaal werden misbruikt door Jones. Jones trok vervolgens met ongeveer duizend sekteleden Jones in 1978 het oerwoud van Guyana in, waar ze Jonestown stichtten, dat een utopische gemeenschap zou moeten worden. In plaats daarvan werden de volgelingen onderworpen aan zware levensomstandigheden en gestraft als ze het gezag van Jones in twijfel trokken.

Op 17 november arriveerde de Amerikaanse vertegenwoordiger Leo Ryan van Californië in Jonestown om de beweringen te onderzoeken dat mensen daar tegen hun wil werden vastgehouden. Ryan en zijn kleine delegatie werden hartelijk ontvangen. De volgende dag, toen het congreslid met zijn groep op een nabijgelegen vliegveld stond te wachten, liepen volgelingen van People’s Temple die wilden overlopen in een hinderlaag door schutters die door Jones waren gestuurd. Ook Ryan en vier anderen van zijn delegatie werden daarbij gedood.

Later die dag beval Jones, die tegen die tijd in afnemende geestelijke gezondheid verkeerde en verslaafd was aan drugs, zijn volgelingen op tot een “revolutionaire daad”: een zelfmoordcampagne. Iedereen moest limonade met daarin cyanide drinken. Degenen die weigerden werden gedwongen, kregen het middel ingespoten of werden neergeschoten. Jones stierf zelf aan een schotwond in zijn hoofd.

Voorafgaand aan de aanslagen van 9/11 besloeg de tragedie in Jonestown het grootste aantal Amerikaanse burgerslachtoffers in een niet-natuurlijke ramp.

Shoko Asahara:
dacht een dodelijke aanval op de Japanse metro uit

Op 20 maart 1995 lieten leden van de sekte Aum Shinrikyo (opperste waarheid), opgericht door Asahara in de jaren ’80, het giftige zenuwgas sarin vrij in vijf overvolle metro’s tijdens de ochtendspits in Tokio. 13 mensen kwamen om en nog eens duizenden mensen werden ziek.

Aum Shinrikyo richtte zich op het Kasumigaseki-station in het gebied waar veel van de Japanse overheidskantoren zich bevinden, en de aanval was een onderdeel van wat zij dachten dat een apocalyptische strijd met de overheid zou zijn.

De leider Asahara (echte naam Chizuo Matsumoto) werd in 1955 in een arm gezin in Japan geboren en werd op jonge leeftijd door ziekte slechtziend. Hij richtte Aum Shinrikyo op als een religieuze organisatie die boeddhistische en hindoeïstische concepten promootte, samen met elementen uit de Bijbel en profetieën van Nostradamus. Uiteindelijk begon Asahara te beweren dat hij gedachten kon lezen en dat hij kon zweven.

In 1990 probeerde hij met een aantal van zijn volgelingen voor het parlement verkozen te worden, maar hij verloor. In het begin van de jaren negentig legde de sekte Aum Shinrikyo, die leden van enkele Japanse topuniversiteiten aantrok, een voorraad chemische wapens aan. Toen de aanval met de metro in 1995 plaatsvond had de groep naar schatting zo’n 10.000 leden in Japan en meer dan 30.000 over de hele wereld, waarvan velen in Rusland.

Binnen enkele maanden na de aanslagen werd Asahara gevonden op het terrein van zijn groep bij de berg Fuji en gearresteerd. Hij werd in 2004 ter dood veroordeeld en op 6 juli 2018 geëxecuteerd.

De sekte Aum Shinrikyo, in 2000 omgedoopt tot Aleph, bestaat nog steeds, hoewel het ledenaantal kleiner is dan halverwege de jaren negentig.

David Koresh:
raakte verwikkeld in 51 dagen gewapende strijd met de FBI

Op 19 april 1993 werden Koresh en meer dan 70 van zijn volgelingen, bekend als Branch Davidians, dood aangetroffen na een brand in hun enclave in Waco, Texas, na een 51-daagse krachtmeting met federale wetshandhavers.

Koresh, geboren Vernon Wayne Howell in 1959 in Texas, was een middelbare schoolverlater en muzikant die in 1981 naar Waco verhuisde en zich aansloot bij de Branch Davidians, een splintergroep van de zevendedagsadventisten. Koresh, die beweerde een messias te zijn, werd uiteindelijk de leider van de sekte. Toen Koresh zijn tak volgelingen van andere mogelijke Messias’en had losgeweekt, ontbond hij in 1989 alle huwelijken tussen de leden van de Branch Davidians en voerde hij een celibaatsbeleid voor de groep in.

Koresh nam een aantal van de vrouwen als zijn eigen vrouwen, sommigen minderjarig, anderen die eerder getrouwd waren, en verwekte daar kinderen mee. Koresh beweerde dat deze bijzondere kinderen de eerstgeborenen van de nieuwe duizendjarige generatie waren, die niet besmet waren door de verdorvenheid van de maatschappij. Hij predikte dat het einde van de wereld nabij was en sloeg voorraden wapens in voor het einde der tijden.

In 1993 voerde het Bureau voor Alcohol, Tabak en Vuurwapens (ATF) een gewapende overval uit op de Mount Carmel, de gemeenschappelijke verblijfplaats van de Branch Davidians. De ATF had een bevelschrift dat hem machtigde om te zoeken naar onjuist geregistreerde vuurwapens. Koresh beweerde dat de voorraad wapens die de Branch Davidians had verzameld allemaal legaal waren verworven. Koresh en zijn volgelingen weigerden het gebouw te verlaten en zich over te geven.

In het gebouw woonden eenenveertig mannen, zesenveertig vrouwen en drieënveertig kinderen onder de achttien jaar. Er volgde een vuurgevecht dat enkele uren duurde, waarbij vier ATF-agenten omkwamen en twintig gewonden vielen. Koresh en vier van zijn volgelingen raakten ook gewond en zes anderen werden doodgeschoten.

Met de dood van vier federale agenten werd het Federal Bureau of Investigation (FBI) onmiddellijk ingeschakeld en startte 51 dagen belegering. Hoewel Koresh ermee instemde om een selecte groep van vijfendertig, voornamelijk oudere mensen en kinderen, te laten gaan, bleven er drieëntachtig volgelingen op het terrein.

De patstelling eindigde op 19 april 1993, toen de FBI Koresh en zijn volgelingen probeerde te dwingen zich over te geven door een aanval met tanks en traangas. Na enkele uren, en niet één enkele overgave, brak er op mysterieuze wijze een brand uit en ging de hele plaats snel in vlammen op. Hoe de brand begon en wie er verantwoordelijk was is nog niet onomstotelijk vastgesteld.

Aan het eind van de dag waren Koresh en drieënzeventig van zijn volgelingen dood, waaronder eenentwintig kinderen. Slechts negen volgelingen wisten aan het vuur te ontsnappen.

Joseph Di Mambro en Luc Jouret:
stichtten een moorddadige doemsdag-sekte

In oktober 1994 pleegden Di Mambro en Jouret samen met 51 van hun volgelingen zelfmoord in Zwitserland en Quebec in Canada. De dood van Di Mambro en Jouret maakte geen einde aan het geweld: In december 1995 pleegden nog 16 leden van hun Orde van de Zonnetempel zelfmoord in Frankrijk, en nog vijf leden pleegden in maart 1997 in Quebec zelfmoord.

Di Mambro, een schimmige figuur die in 1924 in Frankrijk werd geboren, stichtte de Orde van de Zonnetempel en maakte de charismatische Jouret, een homeopathische arts die in 1947 in Belgisch Congo werd geboren tot het publieke gezicht van de organisatie.

De geheimzinnige groep zou leden hebben in Canada, Zwitserland, Frankrijk, Australië en andere landen, en Jouret predikte over dreigende milieurampen en het naderende einde van de wereld, samen met een geloofssysteem dat onder andere elementen van de New Age filosofie, het christendom en de astrologie combineerde.

De lichamen van de 53 sekteleden die stierven in oktober 1994 werden ontdekt in de Zonnentempel die in Cheiry en Les Granges sur Salvan, Zwitserland, in brand was gestoken, en in Morin Heights, Quebec. Onderzoekers schatten dat ten minste 30 van de doden waren vermoord, door kogels of verstikking. Men vermoedde dat sommigen waren gedood omdat ze werden beschouwd als verraders voor het bekritiseren van de leiders van de groep.

Het jaar daarop werden 16 leden van de Zonnetempel dood aangetroffen in een bos in het zuidoosten van Frankrijk. Onderzoek concludeerde opnieuw dat niet iedereen bereidwillig was gestorven.

De vijf leden van de Zonnetempel die in 1997 zelfmoord pleegden lieten een briefje achter dat ze geloofden dat hun leven op een nieuwe planeet zou worden voortgezet.

Marshall Applewhite:
organiseerde een massale zelfmoord om een ruimteschip te bereiken

In 1997 haalde een voormalige muziekprofessor genaamd Marshall Applewhite 38 mensen over om samen met hem zelfmoord te plegen door het eten van vruchtenmoes en pudding vermengd met drugs.

De groepsleden geloofden dat een ruimteschip dat de Hale-Bopp-komeet volgde, die op 22 maart 1997 het dichtst bij de aarde was, hen zou oppikken en naar een hoger niveau van bestaan zou brengen. Dit ruimteschip zou hen, via wat zij de Hemelpoort (Heaven’s Gate) noemden, naar een ongespecificeerde interplanetaire beloning brengen.

Applewhite, een Texaanse inwoner die in 1931 werd geboren, werkte als muziekleraar voordat hij samen met Bonnie Nettles, een verpleegster die in 1985 aan kanker stierf, in de jaren zeventig van de vorige eeuw de Heaven’s Gate oprichtte. De groep leefde een nomadisch, geheimzinnig bestaan en onderschreef een filosofie die elementen van sciencefiction en een geloof in UFO’s combineerde met bijbelse ideeën.

In de jaren negentig van de vorige eeuw verdienden sommige leden geld voor de groep door het exploiteren van een webdesign- en computerdienstenbedrijf. In de herfst van 1996 namen de leden van Heaven’s Gate hun intrek in een gehuurd Rancho Santa Fe herenhuis, waar ze een gereguleerd bestaan leidden.

Op 21 maart 1997 ging de groep naar een lokaal restaurant voor wat vermoedelijk de laatste maaltijd samen was. Iedereen bestelde hetzelfde. De volgende dag begonnen de cultleden, 21 vrouwen en 18 mannen in de leeftijd van midden 20 tot begin 70 jaar, zichzelf in ploegen te doden. Ze waren gekleed in bijpassende zwarte outfits en zwarte Nike loopschoenen en hadden een ingepakte koffer naast zich klaar staan.

Onderzoekers ontdekten later dat Applewhite en zes van zijn volgelingen zichzelf chirurgisch hadden laten castreren enkele maanden voor de massale zelfmoord. Waarschijnlijk was dit bedoeld als een manier om ongewenste aardse afleidingen te verminderen.

Lees ook: Sektes en het gevaar van sektarisme

Lees ook: Hoe dragen cognitieve processen bij aan het geloof in sektes?

Lees meer

Frank Krake chreef een boek over Hannelore, de vrouw die in de jaren 80 en 90 opgroeide binnen de sekte van Sipke Vrieswijk. Van alle sektes in Nederland is Sipke Vrieswijk de enige veroordeelde leider ooit.

Bekijk Hannelore op bol.com

Bronnen