woman in white button up shirt wearing black framed eyeglasses

Het werk van deze vier vrouwen leverde een mannelijke collega de Nobelprijs op

In de loop van de geschiedenis hebben veel vrouwelijke wetenschappers baanbrekende ontdekkingen gedaan. Dit zijn een paar van de invloedrijkste vrouwelijke wetenschappers die nooit een Nobelprijs voor hun werk ontvingen. De prijs werd namelijk uitgereikt aan hun mannelijke collega’s.

De Nobelprijs is een felbegeerde prijs voor mensen die een opmerkelijke prestatie hebben geleverd op het gebied van natuurkunde, scheikunde, geneeskunde of fysiologie, literatuur en vrede. De Nobelprijzen zijn een creatie van de Zweedse chemicus en industrieel, uitvinder en ondernemer Alfred Nobel die een groot deel van zijn nalatenschap schonk voor een jaarlijkse prijs voor de mensen die “de mensheid de grootste dienst hebben bewezen”.

Vrouwen en de Nobelprijs

Vanaf de eerste Nobelprijs-uitreiking in 1901 tot de meest recente in 2020 hebben slechts 57 vrouwen de eer gekregen. Op deze lijst van vrouwelijke laureaten staat Marie Curie, die als eerste vrouw de Nobelprijs won. Curie kreeg de prijs twee keer, in 1903 in Natuurkunde en daarna in 1911 in Scheikunde.

Veel vrouwelijke wetenschappers hebben even opmerkelijke bijdragen geleverd die tot een Nobelprijs hadden moeten leiden, maar ze werden nooit laureaat. Hun mannelijke collega’s streken met de eer en kregen vervolgens de Nobelprijs. Of Nobelcomités zagen de prestaties van deze vrouwen over het hoofd.

Het comité, dat meestal bestaat uit deskundigen van het Karolinska Institutet in Nobel’s thuisland, kiest de ontvangers van de prijs. Van de zes huidige leden van het Nobelcomité voor Fysiologie of Geneeskunde is er één een vrouw , prof. Gunilla Karlsson-Hedestam, die professor in de immunologie is. Van de zes huidige leden van het Nobelcomité voor Natuurkunde is er maar één vrouw, prof. Eva Olsson.

Dit zijn enkele vrouwen in de wetenschappelijke geschiedenis die Nobelprijs-laureaten hadden moeten worden op grond van hun prestaties:

Lise Meitner, natuurkunde (1878-1968)

Lise Meitner was de tweede vrouw die een doctoraat aan de Universiteit van Wenen behaalde. Kort na haar afstuderen verhuisde Meitner naar Berlijn om de colleges van de Duitse theoretische natuurkundige Max Planck te gaan bijwonen. Later begon ze samen te werken met de Duitse chemicus Otto Hahn, die onderzoek deed naar isotopen. Deze samenwerking leidde tot een positie aan het Kaiser Wilhelm Instituut in 1913.

Het was deze samenwerking tussen Meitner en Hahn die leidde tot de ontdekking van protactinium in 1917. De machtsovername van Hitler onderbrak hun onderzoek en Meitner werd in 1938 gedwongen om het door de Nazi’s gecontroleerde Duitsland te ontvluchten en zonder haar bezittingen naar Zweden te vertrekken.

Eenmaal in Stockholm zetten de twee wetenschappers hun werk voort. Het onderzoek leidde tot de ontwikkeling van de nucleaire technologie. Hahn kreeg de Nobelprijs voor het isoleren van atoomsplitsing. Meitner was degene die beschreef hoe het proces plaatsvond.

De nucleaire technologie vormde de weg naar het Manhattan Project, waar Meitner weigerde aan mee te werken, met de verklaring: “Ik wil niets met een bom te maken hebben.”

Ondanks het feit dat het Nobelprijscomité haar werk over het hoofd zag, oogstte Meitner toch erkenning voor haar rol in de atoomsplitsing toen zij en haar collega’s in 1966 de Enrico Fermi Prijs in ontvangst namen.

Chien-Shiung Wu, natuurkunde (1912-1997)

Chien-Shiung Wu werd geboren in een klein stadje bij Shanghai, China.Haar scholing begon op een meisjesschool die haar vader oprichtte, in de overtuiging dat alle jonge vrouwen de kans moesten krijgen om een opleiding te volgen. Deze progressieve manier van denken was in die tijd niet gebruikelijk.

Wu studeerde af in de natuurkunde aan de Universiteit van Shanghai, en in 1940 behaalde ze haar Ph.D. aan de Universiteit van Californië, Berkeley. In 1944 trad ze in dienst van het Manhattan Project, waar ze zich vooral toelegde op stralingsdetectoren. Wu vervolgde haar loopbaan met een betrekking aan de Columbia Universiteit in NY, waar ze zich verdiepte in de studie van beta-verval, een proces van radioactieve degeneratie.

Toen haar vaardigheden en kennis in de hele wetenschappelijke gemeenschap bekend werden, trok Wu de aandacht van de theoretische fysici Tsung Dao Lee en Chen Ning Yang. Ook zij waren geïnteresseerd in radioactieve technologie en hadden een onbewezen theorie, gebaseerd op het idee dat identieke kerndeeltjes zich niet op dezelfde manier gedragen. De twee wetenschappers benaderden Wu om een experiment op te zetten dat deze theorie kon bewijzen.

Met behulp van radioactief kobalt bij absolute nultemperatuur bewees Wu hun theorie onomstotelijk waar. Lee en Yang ontvingen vervolgens de Nobelprijs voor deze baanbrekende ontdekking in 1957. De twee mannen erkenden Wu’s werk aan het project niet.

Rosalind Franklin, scheikunde (1920-1958)

Al vroeg in haar leven was Rosalind Franklin geinteresseerd in wetenschap. Ze studeerde af aan het Newnham College in Cambridge in 1941 en ging bij de British Coal Utilization Research Association werken. Ze onderzocht koolstof- en grafietmicrostructuren die de basis vormden van haar doctoraat in fysische chemie aan de Universiteit van Cambridge, dat ze in 1945 behaalde.

In 1951 zou haar leven weer een andere wending nemen, ditmaal naar een studie van DNA. Als onderzoeksmedewerkster in het laboratorium van John Randall aan het King’s College in Londen ontmoette ze Franklin James Watson, Francis Crick en Maurice Wilkins, die deel uitmaakten van een onderzoeksteam.

Met behulp van röntgenkristallografie, een analysetechniek met röntgendiffractie, fotografeerde Franklin de dubbelhelikale structuur van DNA, wat resulteerde in een foto die de bijnaam “Photograph 51Trusted Source” kreeg. Toen Wilkins een van haar foto’s aan Watson liet zien, publiceerde hij die onmiddellijk in het tijdschrift Nature. Watson vermeldde daarbij het werk van zijn vrouwelijke collega niet.

Hoewel haar bijdragen van cruciaal belang waren voor het begrijpen van de DNA-structuur kregen haar collega’s Watson, Crick en Wilkins in 1962 de Nobelprijs. Franklin was toen al aan de gevolgen van eierstokkanker overleden.

De volledige veronachtzaming van Franklins werk zette aan tot een memoiresoorlog. In zijn boek The Double Helix zinspeelde Watson op het bestaan van dubbele maatstaven in de wetenschap. De biografie Rosalind Franklin and DNA van auteur Anne Sayre is kritisch over Watson’s relaas, en beschrijft “elementen van dubbel bedrog” tegen Franklin.

Esther Lederberg, microbiologie (1922-2006)

Toen ze haar middelbare schooldiploma in de Bronx, NY, had gehaald ging Esther Lederberg naar de Stanford Universiteit, waar ze een mastergraad in genetica haalde. In 1950 ontdekte ze een virus dat Escherichia coli infecteert. Haar onderzoek opende een nieuwe manier om virussen te begrijpen en vormt nog altijd de basis van onze virale modellen.

Haar latere werk op het gebied van genetica en immunologie deed ze in samenwerking met haar echtgenoot, Joshua Lederberg. Hun gezamenlijke inspanningen resulteerden in de ontdekking dat bacteriën DNA kunnen uitwisselen en zo een nieuwe stam kunnen vormen. Hoewel hun werk volledig samen werd gedaan kreeg alleen haar man de Nobelprijs voor deze doorbraak.

Haar man erkende vaag haar bijdragen in zijn speech door te zeggen dat hij “genoten had van het gezelschap van vele collega’s, bovenal van mijn vrouw”.

Tenslotte

Hoewel deze vrouwen deze wereld allemaal zonder de eer van een Nobelprijs hebben verlaten zijn hun bijdragen niet vergeten in de wetenschap. Deze vrouwen leefden en werkten toen ongelijkheid de norm was, ze overwonnen een traditioneel door mannen gedomineerde discipline en baanden daarmee een weg voor toekomstige vrouwen in wetenschap.