Loodvergiftiging in het Romeinse rijk: een zoetstof met een zure nasmaak

Romeinen maakten om verschillende redenen gebruik van lood: voor wapens, waterleidingen, sieraden én als zoetstof voor hun wijn en voedsel. De geschriften van enkele oude Romeinse auteurs geven aan dat de Romeinen zich uiteindelijk bewust waren van de gevaren van het gebruik van lood, maar tegen die tijd was de schade al aangericht.

Onderzoekers die geïnteresseerd zijn in de klassieke wereld hebben zich al decennialang afgevraagd of grootschalige loodvergiftiging er voor zorgde dat de keizers gek werden en de bevolking onvruchtbaar werd, waardoor het Romeinse Rijk uiteindelijk ineenstortte.

Lood als metaal voor dagelijks gebruik

Lood werd bijna overal in het oude Rome gebruikt, vooral omdat het een plebeiaans of volks metaal was, dat zelfs voor de allerarmsten toegankelijk was. Lood werd bijvoorbeeld gebruikt in:

  • wapens
  • gezichtspoeders en cosmetica
  • verf: de uitdrukking “gek als een schilder” beschreef het gedrag van kunstenaars die met lood vergiftigd werden.
  • borden, bekers en kruiken
  • munten
  • sieraden
  • als anticonceptiemiddel
  • aquaductpijpen: de eerste waterleidingen

De uitgebreide irrigatie- en sanitairsystemen die door het oude Rome liepen waren een van de grootste bron van lood. Het Engelse woord “plumbing” komt zelfs van plumbum, het Latijnse woord voor lood. Ook in Nederland heten mensen die werken met de leidingen ‘loodgieters’, hoewel er echt bijna geen loden leidingen meer worden gegoten.

Maar meer nog dan met water kwamen de Romeinen in aanraking met wijn. Vooral de elite dronk vrijwel alleen een zo zoet mogelijke wijn. En ook dat was in die tijd een gigantische loodbron. Voor het zoeten van dranken gebruikten de Romeinen namelijk bij voorkeur loodsuiker.

Lood als zoetstof

Lood(II)acetaat (Pb(CH3COO)2) is een giftige chemische verbinding, omdat het lood bevat. Het is ook een zoete stof. Hoewel lood(II)acetaat schadelijk is voor de menselijke gezondheid werd het door de oude Romeinen op grote schaal gebruikt als een vorm van kunstmatige zoetstof, vooral in wijn.

Deze gevaarlijke verbinding stond in het verleden ook bekend onder andere namen, waaronder suiker van lood en zout van Saturnus in de Romeinse tijd, en als het poeder van Goulard in de 18e eeuw.

Het gebruik van loodsuiker als kunstmatige zoetstof door de Romeinen is terug te vinden in de geschriften van verschillende oude auteurs. Plinius de Oude, Cato de Oude en Columella schreven dat een siroop werd geproduceerd door ongegist druivensap te koken om de natuurlijke suikers te concentreren. Als het sap werd gereduceerd tot de helft van het oorspronkelijke volume, werd het defrutum genoemd, een siroop met een derde van het oorspronkelijke volume stond bekend als sapa.

De ontdekking van lood(II)acetaat als zoetstof kan puur toeval zijn geweest. Toen ze probeerden hun producten zoeter te maken experimenteerden de Romeinse wijnmakers met verschillende ingrediënten en bereidingstechnieken. Op een gegeven moment probeerden ze mogelijk het overgebleven ongegiste druivensap in loden ketels te koken. Door te reageren met de acetaat-ionen in het druivensap daarbij werd lood(II)-acetaat geproduceerd. Toen de wijnmakers merkten dat deze procedure de zoetste siroop opleverde, besloten ze om deze stof in grote hoeveelheden te maken.

De Romeinen vonden daarna een manier om van lood(II)acetaat een kristalvorm te maken. Dit betekende dat de giftige stof kon worden geproduceerd in de manier waarop nu tafelzout of suiker wordt geproduceerd. Als gevolg van deze innovatie werd de consumptie van lood(II)acetaat nog wijder verbreid, omdat het ook in de keuken kon worden gebruikt. Zo wordt bijna een vijfde van de recepten voor sauzen in het receptenboek van Apicius gemaakt met suiker van lood.

De gevaren van loodvergiftiging

Door de enorme blootstelling aan en inname van lood begonnen de Romeinen te lijden aan loodvergiftiging. Enkele symptomen van loodvergiftiging zijn braken, cognitieve problemen, vermoeidheid, prikkelbaarheid en verlies van eetlust. Deze vergiftiging stond ook bekend als ‘saturnisme’, omdat de Romeinen dachten dat de symptomen leken op de God Saturnus’ (Chronos’) melancholische en sombere aard.

Het lijkt erop dat de gevaren van loodvergiftiging uiteindelijk door de Romeinen werden begrepen. Columella pleitte bijvoorbeeld voor het gebruik van terracotta buizen voor het transport van regenwater, omdat deze combinatie naar verluidt het beste effect had op de fysieke gezondheid van een persoon. Toch stelde Columella ook nog steeds voor om wijn te mengen met suiker of lood in siroopvorm om het te zoeten.

De architect en ingenieur van Julius Caesar, Vitruvius wees erop dat wit lood werd verkregen uit lood, en “aangezien deze stof schadelijk is voor de menselijke gezondheid, loden leidingen ook gevaarlijk zijn”. Vandaar dat ook hij aanraadde om in plaats daarvan kleipijpen te gebruiken.

Het lijkt er echter op dat de Romeinen het lood ook nadat dit bekend was bleven consumeren. De elite en de machtigen dronken ook hierna nog steeds liters wijn die besmet was met lood, wat volgens veel historici resulteerde in wijdverbreide waanzin, steriliteit en jicht bij de Romeinse elite.

Extreem hoge loodgehaltes in restanten van Romeinen

Uit een studie uit 2010 naar tandglazuur bleek dat het loodgehalte in Groot-Brittannië in de loop van de tijd drastisch veranderde en dat er in de Romeinse tijd in de 1ste tot 4de eeuw na Christus een grote verscheidenheid aan lood in het lichaam anwezig was. (bron)

Een onderzoek uit 2014 vond dat het Romeinse leidingwater 100 keer zoveel lood bevatte als water rechtstreeks uit nabijgelegen bronnen, maar dat het loodgehalte in het water alleen waarschijnlijk niet genoeg was om de burgers in gevaar te brengen. (bron)

Een studie uit 2019 toonde extreem hoge niveaus van lood aan in de botten van 30 mensen die in Londinium (het huidige Londen) leefden in de 1ste tot 3de eeuw na Christus. Het U.S. Institute for Occupational Health and Safety geeft aan dat er bij 5 microgram lood per deciliter bloed sprake van een loodvergiftiging is. De onderzoekers vonden gemiddeld 14,4 microgram lood per deciliter bloed in de bestudeerde botten. (bron)

Volgens een artikel in Forbes suggereren deze bevindingen dat “meer dan de helft van de bevolking” in het Londen van het Romeinse tijdperk te maken had met problemen veroorzaakt door loodvergiftiging. (bron)

Overige bronnen