Een hiërarchie in behoeften: de piramide van Maslow

Wie sterft van de honger denkt niet direct aan de liefde. Zoiets moet Maslow gedacht hebben toen hij een hiërarchie ontwierp in behoeften.

In plaats van zich te richten op de psychopathologie en wat er mis gaat met mensen, formuleerde Maslow (1943) een positiever verslag van menselijk gedrag dat zich richtte op wat goed gaat. Hij was geïnteresseerd in het menselijk potentieel, en hoe we dat potentieel vervullen.

De piramide van Maslow is een motivatietheorie in de psychologie die bestaat uit een vijf lagen tellend model van menselijke behoeften, vaak afgeschilderd als hiërarchische niveaus binnen een piramide.

Vanaf de onderkant van de hiërarchie naar boven zijn deze behoeften:

  • fysiologische behoeften,
  • veiligheid,
  • sociale behoefte,
  • eigenwaarde,
  • zelfactualisatie.

Ieder mens is in staat en heeft het verlangen om in de hiërarchie naar het niveau van zelfrealisatie te gaan. Helaas wordt de vooruitgang vaak verstoord door het niet voldoen aan behoeften op een lager niveau. Levenservaringen, inclusief echtscheiding en verlies van een baan, kunnen ervoor zorgen dat je schommelt tussen de niveaus van de hiërarchie.

Daarom zal niet iedereen zich op een eenduidige manier door de hiërarchie heen bewegen, maar kan het zijn dat hij of zij zich heen en weer beweegt tussen de verschillende soorten behoeften.

De theorie heet ook wel Maslow’s hierarchy of needs, de behoeftehiërarchie van Maslow, de motivatietheorie, de behoeftepiramide of Maslow’s theorie.

De pyramide

Maslow (1943, 1954) stelde dat mensen gemotiveerd zijn om bepaalde behoeften te bereiken en dat sommige behoeften voorrang hebben op andere.

Onze meest basale behoefte is de behoefte voor fysieke overleving, en dit zal het eerste zijn dat ons gedrag motiveert. Als dat niveau eenmaal is bereikt, is het het volgende niveau dat ons motiveert, enzovoort.

“De mens leeft van brood alleen, als er geen brood is. Maar wat gebeurt er met de verlangens van de mens als er genoeg brood is en als zijn buik chronisch gevuld is?”

(Maslow, 1943, p. 375)

1) Fysiologische behoeften

Dit zijn biologische vereisten voor het overleven, zoals zuurstof, voedsel, drank, onderdak, kleding, warmte, seks, slaap.

Als aan deze behoeften niet wordt voldaan, kan het menselijk lichaam niet optimaal functioneren. Maslow beschouwt de fysiologische behoeften als het belangrijkste, omdat alle andere behoeften ondergeschikt worden gemaakt aan deze behoeften.

2) Veiligheidsbehoeften

Zodra aan de fysiologische behoeften is voldaan, worden de behoeften aan veiligheid en zekerheid belangrijk. Mensen willen orde, voorspelbaarheid en controle in hun leven ervaren. Deze behoeften kunnen worden vervuld door het gezin en de maatschappij: emotionele veiligheid, financiële zekerheid, recht en orde, vrijheid van angst, sociale stabiliteit, eigendom, gezondheid en welzijn.

3) Sociale behoeften

Als aan de fysiologische en veiligheidsbehoeften is voldaan is het derde niveau van de menselijke behoeften van sociale aard en verbonden aan het gevoel erbij te horen. Voorbeelden hiervan zijn vriendschap, intimiteit, vertrouwen en acceptatie, het ontvangen en geven van genegenheid en liefde, affiliatie, deel uitmaken van een groep familie, vrienden, werk.

4) Eigenwaarde

Maslow deelde de eigenwaardebehoefte in in twee categorieën:

  1. achting voor jezelf (waardigheid, prestatie, meesterschap, onafhankelijkheid)
  2. het verlangen naar reputatie of respect van anderen (status, prestige).

Maslow gaf aan dat de behoefte aan respect of reputatie het belangrijkst is voor kinderen en adolescenten en voorafgaat aan echte eigenwaarde of waardigheid.

5) Zelfactualisatie

Zelfactualisatie is het hoogste niveau in de hiërarchie van Maslow, en verwijst naar de realisatie van je potentieel, zelfontplooiing, het zoeken naar persoonlijke groei en piekervaringen. Maslow beschrijft dit niveau als het verlangen om alles te bereiken wat je kan, om het meest te worden wat je kan zijn.

Je kan deze behoefte heel specifiek waarnemen of zich erop richten. Een individu kan bijvoorbeeld een sterk verlangen hebben om een ideale ouder te worden. In een ander geval kan het verlangen economisch, academisch of atletisch zijn. Voor anderen kan het creatief worden uitgedrukt, in schilderijen, foto’s of uitvindingen.

Deficiëntiebehoeften versus groeibehoeften

Het vijftrapsmodel kan worden onderverdeeld in deficiëntiebehoeften en groeibehoeften. De eerste vier niveaus worden vaak aangeduid als deficiëntiebehoeften (D-behoeften), en het topniveau staat bekend als groeibehoefte (B-behoeften).

Deficiëntiebehoeften

Deficiëntiebehoeften ontstaan door ontbering en zouden mensen motiveren als ze niet worden voorzien. Ook zal de motivatie om dergelijke behoeften te vervullen sterker worden naarmate ze langer worden ontkend. Hoe langer iemand zonder voedsel zit, hoe hongeriger hij of zij zal worden.

Maslow (1943) stelde in eerste instantie dat individuen moeten voldoen aan de behoeften van een lager niveau voordat ze verder gaan om te voldoen aan de behoeften van een hoger niveau. Later verduidelijkte hij echter dat bevrediging van een behoefte geen “alles-of-niets” fenomeen is, waarbij hij toegaf dat zijn eerdere uitspraken “de valse indruk kunnen hebben gewekt dat een behoefte voor 100 procent moet worden bevredigd voordat de volgende behoefte zich voordoet” (1987, p. 69).

Wanneer een tekort aan behoeften ‘min of meer’ is bevredigd, zal het verdwijnen en worden onze activiteiten gewoonlijk gericht op het voldoen aan de volgende reeks behoeften die we nog moeten bevredigen. Deze worden dan onze belangrijkste behoeften. De behoeften aan groei blijven voelbaar en kunnen zelfs sterker worden als ze eenmaal zijn aangegaan.

Groeibehoeften

Groeibehoeften komen niet voort uit een gebrek aan iets, maar uit een verlangen om te groeien als persoon. Als de andere behoeften eenmaal redelijk zijn bevredigd, kan je de groeibehoefte op het hoogste niveau bereiken, dat door Maslow zelfactualisatie werd genoemd.

Lees ook: Kenmerken van zelfactualisatie

De uitgebreide hiërarchie van behoeften

Het vijftrapsmodel van Maslow (1943, 1954) is later uitgebreid met cognitieve en esthetische behoeften (Maslow, 1970) en met transcendentiebehoeften (Maslow, 1970):

  1. Biologische en fysiologische behoeften – lucht, voedsel, drank, onderdak, warmte, seks, slaap
  2. Veiligheidsbehoeften – bescherming tegen elementen, veiligheid, orde, recht, stabiliteit, vrijheid van angst.
  3. Sociale behoeften – vriendschap, intimiteit, vertrouwen en acceptatie, het ontvangen en geven van genegenheid en liefde. Affiliatie, deel uitmaken van een groep (familie, vrienden, werk).
  4. Eigenwaarde – die Maslow in twee categorieën heeft ingedeeld:
    1. waardering voor zichzelf (waardigheid, prestatie, meesterschap, onafhankelijkheid)
    2. het verlangen naar reputatie of respect van anderen (status, prestige).
  5. Cognitieve behoeften – kennis en begrip, nieuwsgierigheid, exploratie, behoefte aan betekenis en voorspelbaarheid.
  6. Esthetische behoeften – waardering en zoeken naar schoonheid, evenwicht, vorm, enz.
  7. Zelfactualisatie – het realiseren van persoonlijk potentieel, zelfontplooiing, het zoeken naar persoonlijke groei en piekervaringen. Een verlangen “alles te worden wat men kan worden”
  8. Transcendentiebehoeften – Een persoon wordt gemotiveerd door waarden die het persoonlijke zelf overstijgen (zoals mystieke ervaringen en bepaalde ervaringen met de natuur, esthetische ervaringen, seksuele ervaringen, dienstbaarheid aan anderen, het nastreven van wetenschap, religieus geloof.

Lees meer