abstract painting

Nautisme of narcistisch autisme

Wat is nautisme?

Narcistische persoonlijkheidsstoornis (NPS) is een persoonlijkheidsstoornis die gekenmerkt wordt door een grandioos zelfbeeld, moeite met of gebrek aan empathie, jaloezie, moeite met kritiek en een preoccupatie met succes.

Deze symptomen hebben overlap met symptomen van een autismespectrumstoornis (ASS). Vooral hoog-functionerende mensen met autisme, mensen die alleen milde autisme-symptomen hebben en vaak afweermechanismen hebben ontwikkeld om met sociale situaties om te gaan, hebben trekken die vergeleken kunnen worden met narcisme.

Nautisme is de combinatie van ASS en NPS. Er is weinig onderzoek gedaan naar nautisme, maar er zijn redenen om naar deze samentrekking van stoornissen te kijken:

  • Er zijn clinici die claimen dat narcisme op het autistische spectrum thuishoort. Een rapport uit 2014 suggereert dat hoogfunctionerend autisme dusdanig vergelijkbaar is met narcistische persoonlijkheidsstoornis dat narcisme als een niveau op het autismespectrum kan worden aangewezen.
  • Het is mogelijk dat narcistische en autistische trekken genetisch met elkaar verwant zijn en worden doorgegeven. Uit anekdotisch bewijsmateriaal van clinici blijkt dat kinderen met autisme zelden ouders met autisme hebben, maar dat één van de ouders vaak narcistische trekken vertoont.
  • Het is mogelijk voor iemand met narcistische trekken of een Narcistische Persoonlijkheidsstoornis om de diagnose Autismespectrumstoornis te omarmen, hetzij omdat er op die manier mogelijkheden zijn om een uitzonderingspositie te komen, hetzij omdat het de persoon in behandeling beter doet voelen.
  • Narcisme en autisme kunnen comorbide zijn: dat betekent dat iemand beide diagnoses kan hebben.

Overeenkomsten tussen narcisme en autisme

Symptomen van autisme die lijken op narcistische persoonlijkheidsstoornis zijn onder meer:

  • Egocentrisme dat niet past bij de culturele verwachtingen of bij het leeftijds- of ontwikkelingsniveau van de persoon
  • Verdiept zich in een beperkt aantal interesses en activiteiten.
  • Het behandelen van mensen als objecten of het verkiezen van objecten boven mensen.
  • Sociale en beroepsmatige interacties worden belemmerd en gespreksvaardigheden zijn primitief.
  • De lichaamstaal zoals oogopslag, lichaamshouding, gezichtsuitdrukkingen, lijkt geforceerd of kunstmatig. Non-verbale signalen zijn vrijwel afwezig en de interpretatie bij anderen ontbreekt.
  • Sterke afhankelijkheid van veilige relaties.
  • Gebrek aan empathie, gebrek aan expressie van empathie, of gebrek aan begrip van de innerlijke wereld van andere mensen.
  • Problemen met het beantwoorden van andermans emoties of het uiten van emotionele zorgzaamheid.
  • Slecht zelfbewustzijn, of slecht vermogen om een geweten te ontwikkelen of van fouten te leren.

De clinici die een overlap claimen tussen autisme en narcisme merkten op dat mensen met een narcistische persoonlijkheidsstoornis normaal of zeer functioneel lijken in omgevingen waar zij worden geaccepteerd, gesteund, en geen stress ervaren. Dit is volgens hen te vergelijken met het syndroom van Asperger; mensen die ‘normaal’ lijken omdat ze copingmechanismen hebben ontwikkeld om voor sociaal gedrag, communiceren en leren.

Correlatie van symptomen

Hoewel het mogelijk is dat iemand met autisme ook een narcistische persoonlijkheidsstoornis ontwikkelt is er reden om aan te nemen dat de door clinici veronderstelde overlap in symptomen een correlatie is zonder causaal verband.

Er bestaat met name overlap tussen ASS en narcisme op het vlak van egocentrisme: het op zichzelf gericht zijn en het functioneel gebruiken van anderen. Bij mensen met narcisme komt dit voort vanuit een opgeblazen gevoel van zichzelf belangrijk vinden. Bij mensen met een stoornis in het autistische spectrum komt dit voort uit een onvermogen zich goed te verplaatsen in anderen.

Mensen met mildere autisme-symptomen:

  • overcompenseren voor het gevoel ontoereikend te zijn, vooral in sociale situaties. Ze hebben moeite om sociale interacties te begrijpen en dat kan ertoe leiden dat anderen hen als arrogant of egoïstisch zien.
  • hebben moeite te erkennen dat zij een fout hebben gemaakt en zijn overgevoelig voor kritiek. Tegelijkertijd kunnen zij overdreven kritisch zijn over anderen.
  • hebben een onvermogen om te spelen of om te gaan met anderen als kinderen. Dit uit zich in pogingen om de situatie te domineren of te controleren, wat zonder diagnose en gedragstherapie kan voortduren tot in de volwassenheid.

Neurotypische personen met narcisme hebben juist de neiging zichzelf te verheerlijken, of een grandioos beeld van zichzelf te hebben zonder aan anderen te denken.

Iemand met NPS vermijdt pijn door anderen uit te sluiten, te devalueren en te vernederen. Iemand met hoogfunctionerend autisme vermijdt pijn door zich terug te trekken en door hartstochtelijk slechts één of twee mensen en één of twee onderwerpen in zijn of haar universum op te nemen.

Verschillen tussen narcisme en autisme

Persoonlijkheidsstoornissen zoals Narcistische Persoonlijkheidsstoornis kunnen niet worden gediagnosticeerd voor de vroege adolescentie. Hoogfunctionerend autisme is al zichtbaar in de leeftijd van 3 en 6 jaar.

Oorsprong autisme

Autismespectrumstoornis (ASS) is een ontwikkelingsstoornis waarmee een kind geboren wordt. Een kind dat wordt geboren in een liefdevol gezin met aspergesyndroom of hoogfunctionerend autisme zal al snel behandeling krijgen. Symptomen als gebrek aan oogcontact, hyperfocus op één of enkele interesses, gebrek aan interesse in het socialiseren met familie of andere kinderen, het niet verwerven van taalvaardigheden zoals past bij hun leeftijd, gebrek aan gezichtsuitdrukkingen of interesse in gezichten worden in de eerste vier jaar al duidelijk.

De aandacht van de ouders is op het kind gericht om hem of haar te helpen zo goed mogelijk te functioneren. Het kind hoeft geen dysfunctioneel gedrag zoals manipulatie, gaslighting of splitting te ontwikkelen om te krijgen wat hij of zij wil. Hij of zij begrijpt misschien niet wat empathie is, maar het kan hem of haar geleerd worden, of hij of zij kan vaardigheden leren om gevoelens bij anderen te herkennen.

Oorsprong narcisme

Narcistische persoonlijkheidsstoornis is een stoornis die zich ontwikkelt door omstandigheden. Bijvoorbeeld door trauma’s of verwaarlozing, of gebrek aan onvoorwaardelijke liefde tijdens de kindertijd. Misschien had een ouder zelf een psychische stoornis of worstelde met verslavingen.

Als de primaire verzorger niet in staat is om aan de behoeften van een kind te voldoen, zal het kind leren op andere manieren zijn of haar behoeften te vervullen. Hij of zij leert dat als zijn of haar verzorger gelukkig is als er knuffels, eten, aandacht is. Dus leert hij of zij de ouder in de gewenste stemming te brengen om aan zijn of haar behoeften te voldoen.

Als er een jonger broertje of zusje is kan hij of zij het broertje of zusje pesten om te krijgen wat hij of zij wil. Dit gedragspatroon wordt dan van jongs af aan aangeleerd. Het deel van de hersenen dat verantwoordelijk is voor empathie wordt niet ontwikkeld bij gebrek aan rolmodellen van de ouders of omdat zijn of haar gedrag een gebrek aan empathie vereist. Hij of zij manipuleert zonder zich om de gevoelens van de ander te bekommeren.

Hoe ontstaat nautisme?

Wat de mogelijke verwarring tussen autistische persoonlijkheidsstoornis en narcistische persoonlijkheidsstoornis vergroot is dat de twee stoornissen comorbide kunnen zijn. Iemand kan tegelijk gediagnosticeerd worden met zowel een narcistische persoonlijkheidsstoornis als een autismespectrumstoornis.

Een kind dat geboren wordt met aspergesyndroom of hoogfunctionerend autisme in een gezin dat niet responsief is voor de signalen dat het kind andere behoeften heeft zal mogelijk nautistisch (narcistisch autistisch) of boutistisch (borderline autistisch) worden.

Zelfs als het gezin wel liefdevol en begrijpend is voor broertjes en zusjes kan de poging om ‘normaal te zijn’ of ‘dingen te bereiken’ voor een hoogfunctionerend autistisch kind een trigger zijn om ook narcistische trekken te ontwikkelen.

Is de verwarring over autisme en narcisme een probleem?

Zowel de diagnose autisme als narcisme vraagt om het leren empathisch te zijn naar de mensen om je heen en leren wat anderen van je nodig hebben. Het is dus niet noodzakelijkerwijs een probleem dat de stoornissen samen voorkomen, met elkaar verward worden of geen duidelijke afbakening hebben.

Als een psycholoog of psychiater denkt dat je sociale interactie zo disfunctioneel is dat je autisme of narcisme zou kunnen hebben, en je omgeving niet gelukkig met je is, zou dat genoeg moeten zijn om in actie te komen. Een diagnose moet het startpunt zijn om aan jezelf te werken; het moet niet zijn eigen ding worden.

Er is geen bloedtest voor narcisme of autisme dus je zult nooit onomstotelijk bewijs in handen hebben zoals je dat bij kanker zou doen. Het gaat erom wat voor jou werkt. De diagnose autisme, narcisme of de combinatiediagnose nautisme is veel minder belangrijk dan wat je ermee doet.

Bronnen