Vermijdende / restrictieve voedselinname stoornis (ARFID)

Vermijdende / restrictieve voedselinname stoornis (ARFID)

Wat is vermijdende / restrictieve voedselinname stoornis (ARFID)?

Er zijn kinderen die avontuurlijk zijn in het uitproberen van nieuwe voedingsmiddelen en kinderen die de voorkeur geven aan routine in hun maaltijden. De meeste kieskeurige eters kunnen toch in hun voedingsbehoeften voorzien, of ze groeien over hun moeizame start met eten heen. Maar als het eetgedrag van een kind overgaat in een algemeen gebrek aan belangstelling voor voedsel en het de groei en ontwikkeling begint te beïnvloeden stellen artsen de diagnose van een eetstoornis. Artsen classificeren een ernstige vorm van kieskeurig eten bij kinderen als ARFID, avoidant/restrictive food intake disorder.

Wie aan deze eetstoornis lijdt, wil of durft bepaald voedsel niet te eten. Meestal is er geen focus op lichaamsbeeld, afvallen of gewicht, maar speelt er een angst voor wat bepaald soort eten met je lichaam doet. Je kun bijvoorbeeld bang zijn dat je stikt of moet overgeven, of je wantrouwt mogelijke schadelijke effecten van voedsel. Soms is er een lichamelijke oorzaak voor de angst aanwezig, je kan bijvoorbeeld niet goed slikken of je hebt een traumatische ervaring met een voedselallergie. Ook kan deze eetstoornis voortkomen uit een voorkeur voor of afkeer van een bepaalde textuur, geur of smaak. 

Mensen met ARFID krijgen gewoonlijk op jongere leeftijd een diagnose dan mensen met anorexia en boulimia, en een hoger percentage van de getroffenen is man. Volwassenen kunnen ook ARFID hebben of ontwikkelen. De eetstoornis kan samengaan met autisme.

Diagnose ARFID

Ouders van kinderen met ARFID merken vaak al vanaf de leeftijd van één jaar uitdagingen in het voedselaanbod van hun kind. Deze kinderen kunnen een sterke voorkeur vertonen voor een smalle reeks voedingsmiddelen en weigeren iets te eten dat buiten deze reeks valt. Ouders melden vaak dat hun kinderen met ARFID moeite hebben met de overgang van babyvoeding naar gemengde voeding. Of ze melden dat ze een specifieke gevoeligheid hebben voor texturen zoals “papperig” of “knapperig”.

Artsen gebruiken de criteria in de DSM-5 om de diagnose ARFID te stellen. Mensen met ARFID voldoen meestal aan deze criteria:

  • gebrek aan belangstelling voor eten of voedsel
  • vermijden van voedsel op basis van textuur
  • uiting geven aan bezorgdheid over de onaangename gevolgen van eten

Om met ARFID gediagnosticeerd te worden, moet de afkeer van voedsel geen verband houden met voedselschaarste, culturele gebruiken of medische problemen. Bovendien moet het geleid hebben tot een afhankelijkheid van sondevoeding of supplementen, een groot tekort aan voedingsstoffen, extreem gewichtsverlies, of problemen om zich door het leven te bewegen door schaamte of angst voor de ziekte.

Bij ARFID veroorzaakt de eetstoornis een gebrek aan passende voeding, waardoor je niet aan je energiebehoefte voldoet. Als gevolg daarvan kan het leiden tot:

  • aanzienlijk gewichtsverlies
  • tekorten aan voedingsstoffen
  • afhankelijkheid van sondevoeding of supplementen
  • negatieve gevolgen voor het psychosociaal functioneren
  • Symptomen en waarschuwingssignalen

ARFID heeft verschillende bijbehorende waarschuwingssignalen je kan herkennen. Deze omvatten:

  • dramatisch gewichtsverlies
  • veel lagen kleding om warm te blijven of gewichtsverlies te verbergen
  • spijsverteringsproblemen, zoals constipatie
  • het beperken van soorten of hoeveelheden voedsel
  • alleen voedsel met bepaalde texturen eten
  • ziek of vol voelen rond etenstijd
  • koud voelen
  • zwakte of overmatige energie
  • angst om te stikken of over te geven
  • een beperkt assortiment van voedingsmiddelen die nog wel wordt gegeten. Na verloop van tijd wordt dit beperkter (voedingsmiddelen vallen weg en komen niet meer terug)

Andere symptomen van ARFID zijn onder andere:

  • buikpijn
  • een geschiedenis of angst voor braken of verslikken
  • gastro-oesofageale refluxziekte (GERD), ook bekend als zure reflux
Lees meer over ARFID

Een kind heeft ARFID (Avoidant/Restrictive Food Intake Disorder – Vermijdende/restrictieve Voedselinnamestoornis) als er te weinig en/of zeer selectief wordt gegeten vanwege verminderde interesse in eten, gevoeligheid voor de sensorische kenmerken van eten, of irrationele gedachten over (de aversieve gevolgen van) het eten van bepaald voedsel zijn. Als deze selectieve en/of restrictieve voedselinname voor lichamelijke en/of psychosociale problemen zorgt, spreek je van ARFID.

Mogelijke complicaties van ARFID

Eetstoornissen zijn psychische ziekten die lichamelijke symptomen veroorzaken, die ernstige ziekte en de dood tot gevolg kunnen hebben.

Mensen met ARFID voldoen, net als mensen die leven met anorexia of boulimia, niet aan hun dagelijkse voedingsbehoeften. Sommige van de tekenen en symptomen van deze eetstoornissen lijken op elkaar, waaronder:

  • buikkrampen, constipatie, brandend maagzuur
  • het missen van de menstruatie of alleen een menstruatie hebben als je hormonale anticonceptie gebruikt
  • moeite met concentreren
  • laag ijzergehalte
  • lage schildklierhormoonspiegels
  • laag kaliumgehalte
  • laag aantal bloedcellen
  • trage hartslag
  • duizeligheid
  • flauwvallen
  • voortdurend koud gevoel
  • problemen met slapen
  • droge huid en nagels
  • broze nagels
  • groei van fijn haar op het lichaam om warm te blijven (lanugo)
  • dunner wordend hoofdhaar
  • droog en broos hoofdhaar
  • spierzwakte
  • slechte genezing van wonden
  • verminderd immuunsysteem

Omdat het lichaam bij mensen met ARFID essentiële voedingsstoffen mist om de organen goed te laten werken, vertragen de lichaamsprocessen om energie te sparen.

Het lichaam kan zich goed aanpassen aan stress als gevolg van eetstoornissen, zodat bloedtesten soms normaal kunnen lijken, zelfs als iemand in gevaar is.

Verstoringen in elektrolyten, zoals kalium, kunnen een onverwachte dood veroorzaken, en mensen met ernstige voedingstekorten kunnen sterven aan een hartaanval.

Onderzoek heeft aangetoond dat mensen met ARFID vaker in het ziekenhuis worden opgenomen dan mensen met Anorexia, met een lager lichaamsgewicht in verhouding tot hun geschatte gezonde lichaamsgewicht.

Onderzoek suggereert ook dat mensen met ARFID meer kans hebben dan mensen met andere eetstoornissen om:

  • langere ziekenhuisopnames hebben
  • meer afhankelijk te zijn van sondevoeding voor voeding
  • meer te worstelen met het aankomen van gewicht tijdens de ziekenhuisopname
Een lees- en praatboek voor kinderen met ARFID en hun omgeving 

Thijs lust geen ijs is een leuk en informatief boek voor kinderen. Ze leren door het verhaal van Thijs wat hun eetstoornis is, gaan beseffen dat er meer kinderen zijn met deze eetproblemen, maar krijgen daarnaast een stukje hoop, doordat in dit boek wordt aangetoond dat er professionals bestaan die deze kinderen kunnen helpen. 

Behandelingsmogelijkheden ARFID

Er is nog maar weinig onderzoek gedaan naar de behandelingsmogelijkheden van ARFID en welke behandeling de meest effectieve resultaten biedt. Er zijn nog geen gerandomiseerde klinische trials geweest. Wel is duidelijk dat onbehandeld ARFID zelden vanzelf zal verdwijnen.

De doelen van de behandeling van ARFID zijn:

  • een gezond gewicht en gezonde eetpatronen bereiken en behouden
  • de verscheidenheid aan gegeten voedsel te vergroten
  • manieren aanleren om te eten zonder angst voor pijn, verslikken, of overgeven

De drie hoofdcategorieën van behandeling zijn therapie, voorgeschreven medicijnen, en medische interventie. Therapie, zoals cognitieve gedragstherapie, wordt vaak gebruikt om kinderen te helpen hun eetgedrag te normaliseren en angst rond eten te verminderen. Gezinsgerichte behandeling en oudertraining kunnen ook helpen.

Mensen die leven met eetstoornissen zoals ARFID hebben vaak baat bij een holistische behandeling dat lichamelijke, voedings-, psychologische en psychiatrische interventies omvat. Zorgverleners die een rol kunnen spelen bij de zorg voor mensen met ARFID zijn o.a.:

  • diëtisten of voedingsdeskundigen
  • ergotherapeuten
  • ontwikkelingsgerichte kinderartsen
  • gastro-enterologen
  • psychologen
  • psychiaters
  • artsen voor de gezondheid van adolescenten

Sommige clinici met ervaring in het behandelen van kinderen met ARFID suggereren dat het zwaartepunt van de behandeling zal afhangen van welke factoren de eetstoornis veroorzaken. Zo kan iemand met ARFID die angst heeft voor verslikken en overgeven baat hebben bij gedragsstrategieën om die angsten aan te pakken. Kinderen met ARFID hebben gespecialiseerde en geïndividualiseerde behandelingsplannen nodig.

Omdat het een relatief nieuwe erkende eetstoornis is, is er nog veel onbekend over ARFID, vooral met betrekking tot oudere adolescenten en volwassenen. Onderzoek op dit gebied is gaande en zal hopelijk meer licht werpen op dit belangrijke onderwerp, om mensen die eraan lijden te helpen.

Lees meer over behandelingsmogelijkheden van ARFID

In het boek ARFID te lijf! gaat Rita Maris, auteur van Over leven met ARFID en Thijs lust geen ijs, journalist en moeder van twee kinderen met ARFID, opnieuw op zoek naar antwoorden op de vele vragen die zij heeft rondom de eetstoornis ARFID.

Hoe kun je omgaan met ARFID

  • Wees je bewust van je persoonlijke triggers en bedenk een actieplan als je een (of meer) van je tiggers tegenkomt.
  • Omring je met mensen die je kunnen steunen. Familie, vrienden, buren, of collega’s, zoek een aantal mensen in je leven op wie je kunt rekenen voor steun op je weg naar herstel en daarna.
  • Wees geduldig en denk aan je zelfzorg. Bedenk wat je moet doen om een goede lichamelijke en geestelijke gezondheid te behouden, terwijl je ook in je sociale en psychologische behoeften voorziet. Zoek manieren om deze activiteiten van zelfzorg regelmatig in je levensstijl op te nemen.

Hoe kun je iemand met ARFID helpen

Een kind dat een kieskeurige eter is heeft niet altijd medische aandacht nodig. Maar als kieskeurig eten de groei en ontwikkeling van je kind begint te beïnvloeden moet je een arts raadplegen. Met de juiste zorg kan een kind met ARFID leren verschillende voedingsmiddelen zonder angst te accepteren en weer beginnen aan te komen en te groeien.

Het behandelen van ARFID vereist geduld omdat het voor een arts een uitdaging kan zijn om de oorzaak te achterhalen. Het kan tijd kosten om een effectief behandelingsplan op te stellen.

Ouders en verzorgers van mensen met ARFID spelen een belangrijke rol bij het herstel. Het is belangrijk dat degenen die voor personen met ARFID zorgen ook gezonde copingvaardigheden hebben. Ouders en verzorgers moeten ook lichamelijk, emotioneel en geestelijk gezond zijn, want het herstel van een geliefde kan net zo moeilijk zijn om mee om te gaan. Je kunt je bezighouden met zelfzorg, lid worden van een supportgroep of therapie volgen om je te helpen de zorg voor iemand met een eetstoornis aan te kunnen.

Samenvatting

  • ARFID is een eetstoornis die bij kinderen en volwassenen voorkomt. Het is anders dan anorexia en boulimia omdat mensen met ARFID geen slecht lichaamsbeeld hebben en niet proberen af te vallen.
  • ARFID kan de groei en ontwikkeling van een kind beïnvloeden, dus is het belangrijk om medische hulp te zoeken.
  • Samen met andere zorgverleners, zoals een voedingsdeskundige en psychiater, kunnen artsen je helpen te leren eten

Bronnen

Scroll naar top