de dsm-5 (dsm-v)

De DSM-5 (DSM-V)

De DSM, ‘Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, is het diagnostisch en statistisch handboek van psychiatrische aandoeningen. De meest recente versie, de DSM-V of DSM-5, is een meer dan 1200 pagina’s dik handboek met een systematische onderverdeling van de meest voorkomende tot zeldzaamste psychische stoornissen en de bijbehorende criteria. Aandoeningen worden ingedeeld in categorieën, zoals eetstoornissen, stemmingsstoornissen, angststoornissen of persoonlijkheidsstoornissen.

Elke stoornis heeft in de DSM-V een vijfcijferige code, zodat artsen en psychiaters over de hele wereld zonder taalbarrière met elkaar kunnen communiceren.  

Clusters in DSM-V

Er kunnen op grond van hun  overeenkomsten drie verschillende clusters worden onderscheiden in de DSM.

Cluster A

De persoonlijkheidsstoornissen die vallen onder Cluster A  hebben kenmerken die vaak worden omschreven als ‘vreemd’ of ‘excentriek’. Tot dit cluster horen onder anderen de paranoïde persoonlijkheidsstoornis, schizoïde en schizotypisch.

Cluster B

Mensen met een persoonlijkheidsstoornis die valt onder Cluster B zijn vaak impulsief en vinden het moeilijk om met hun emoties om te gaan. Tot dit cluster horen onder anderen borderline, theatrale persoonlijkheidsstoornis, antisociale persoonlijkheidsstoornis, machiavellisme en narcisme .

Cluster C

De persoonlijkheidsstoornissen die vallen onder cluster C hebben vaak kenmerken die worden omschreven als angstig, gespannen en grote mate van controle.Tot dit cluster behoren onder anderen de afhankelijke persoonlijkheidsstoornis, vermijdende persoonlijkheidsstoornis en dwangmatige persoonlijkheidsstoornis (obsessief-compulsieve persoonlijkheidsstoornis).

Hoofdcategorieen DSM-V

  • Stoornissen die meestal voor het eerst op zuigelingenleeftijd, kinderleeftijd of in de adolescentie gediagnosticeerd worden (waaronder Ontwikkelingsstoornissen)
  • Delirium, dementie en amnestische en andere cognitieve stoornissen
  • Psychische stoornissen door een somatische aandoening
  • Aan middelen gebonden stoornissen
  • Schizofrenie en andere psychotische stoornissen
  • Stemmingsstoornissen
  • Angststoornissen
  • Somatoforme stoornissen
  • Nagebootste stoornissen
  • Dissociatieve stoornissen
  • Seksuele stoornissen en genderidentiteitsstoornissen
  • Eetstoornissen
  • Slaapstoornissen
  • Stoornissen in de impulsbeheersing, niet elders geclassificeerd
  • Aanpassingsstoornissen
  • Persoonlijkheidsstoornissen
  • Andere aandoeningen en problemen die een reden voor zorg kunnen zijn
  • Aanvullende codes

De belangrijkste veranderingen in de DSM-V

Diagnoses:

  • Bij elke diagnose moet worden nagegaan welke ‘instandhoudende factoren’ aanwezig zijn:
    • is de patiënt syntoon of dystoon, dat wil zeggen heeft hij ziekte-inzicht en motivatie?
    • is er sprake van comorbiditeit en suïcidaliteit?
    • wat is de invloed van leeftijd, geslacht en cultuur?
    • hoe hoog is de lijdensdruk, te scoren op een schaal 0-3 volgens de ‘severity index of impairment’.
  • DSM-V kent geen not otherwise specified (NOS)-diagnoses meer: PDD-NOS verdwijnt dus.
  • Er zijn zogenaamde risico-syndromen toegevoegd aan de DSM-V

In de DSM-V staan driemaal zoveel diagnoses als in de DSM-l in 1952. Dat is deels te verklaren door de invoering van de risicosyndromen: niet de aandoening zelf is aanwezig, maar er zijn symptomen die erop wijzen dat de patiënt het risico loopt de aandoening te krijgen.

De DSM-V heeft ten opzichte van zijn voorganger wat nieuwe classificaties, maar er zijn ook categorieën samengevoegd, zoals ASS (autismespectrumstoornissen) en de leerstoornissen. Het uiteindelijke aantal is daardoor kleiner.

Vier opmerkelijke nieuwkomers:

  • Hoarding (verzamelstoornis): extreme moeilijkheden met het weggooien van bezittingen.
  • Excoriatiestoornis: dwangmatig krabben of pulken aan de huid.
  • Sociale (pragmatische) communicatiestoornis: uit zich in ongepaste geschreven of gesproken reacties.
  • Premenstruele stemmingsstoornis: extreme vorm van PMS, met onder meer neerslachtigheid.

Indelingswijzigingen:

  • Het assenstelsel waarlangs de verschillende diagnoses in DSM-IV werden gerubriceerd, is verdwenen.
  • De DSM-V kent drie secties. Sectie 1 geeft uitleg over de gebruikte indeling. Sectie 2 omvat twintig hoofdcategorieën met diagnoses, zoals ‘ Schizofreniespectrum en andere psychotische stoornissen’, ‘Bipolaire en gerelateerde stoornissen’ en ‘Depressieve stoornissen’, etcetera. De derde sectie bevat classificaties die (nog) niet zijn opgenomen in sectie 2, zoals internet gaming disorder en non suicidal self-injury. De samenstellers vinden dat meer onderzoek nodig is, voordat deze zijn te kwalificeren als aparte diagnoses.

Kritiek

De DSM-V is in Nederland een instrument dat zorgverzekeraars gebruiken om te bepalen of een behandeling wel of niet vergoed kan worden. Hier is de nodige kritiek op.

Hoewel de DSM de bijnaam heeft de bijbel van de psychiatrie te zijn, is het niet het enige heilige boek. Naast de DSM is er een alternatieve classificatiemethode, de ICD, waar geen onderscheid wordt gemaakt tussen persoonlijkheidsstoornissen als borderline, afhankelijk, narcisme bij gebrek aan wetenschappelijk bewijs voor een verschil. Naast deze classificatiemodellen is er ook het RDoC-project van het National Institute of Mental Health (NIMH), ontstaan als directe kritiek op de DSM-5.