thunderstorm with dark clouds

Brontofobie of astrafobie (onweerfobie)

Ben je heel bang voor onweer? Het kan zijn dat je dan een onweerfobie hebt. Brontofobiebrontefobie of tonitrofobie is de naam voor een abnormale angst voor onweer, in het bijzonder voor donderslagen. Astrafobie, keraunofobie of astrapofobie is de naam voor een abnormale angst voor onweer, in het bijzonder voor bliksemschichten.

De termen zijn afkomstig van Griekse woorden:

  • βροντή / bronté: donder 
  • ἀστραπή / astrapé: bliksem/bliksemschicht
  • κεραυνός keraunós: bliksem
  • φόβος / phóbos, angst/vrees

Brontofobie of astrafobie kan mensen van alle leeftijden treffen, hoewel het bij kinderen vaker voorkomt dan bij volwassenen. Het komt ook voor bij dieren.

Veel kinderen die deze angst hebben ontgroeien hem uiteindelijk, maar anderen blijven de fobie ervaren tot ze volwassen zijn. Brontofobie of astrafobie kan zich ook manifesteren bij volwassenen die er als kind geen last van hadden.

Als je wordt overvallen door onweer of je voorbereidt op extreme weersomstandigheden, kan dat een redelijke mate van angst of bezorgdheid veroorzaken. Bij mensen met brontofobie of astrafobie veroorzaakt onweer een extreme reactie die slopend kan zijn. Voor mensen met deze fobie kunnen deze gevoelens overweldigend zijn en onoverkomelijk aanvoelen.

Astrafobie en Brontofobie worden niet specifiek erkend door de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM-5) van de American Psychiatric Association, maar kunnen vallen onder een specifieke fobie.

Wat zijn de symptomen van astrafobie of brontofobie?

Bij mensen zonder deze fobie kan het nieuws van een naderend onweer je ertoe brengen buitenplannen af te zeggen of te verplaatsen. Of als je in een onweersbui terechtkomt, zoek je misschien beschutting of ga je uit de buurt van hoge bomen staan. Ook al is de kans om door de bliksem getroffen te worden klein, toch vormen deze acties een gepaste reactie op een potentieel gevaarlijke situatie.

Iemand met astafobie of brontofobie zal een reactie hebben die verder gaat dan deze schijnbaar gepaste handelingen. Ze kunnen gevoelens van paniek hebben, zowel vóór als tijdens een storm. Deze gevoelens kunnen escaleren tot een regelrechte paniekaanval, en symptomen omvatten als:

  • trillen of beven over het hele lichaam
  • pijn op de borst
  • gevoelloosheid
  • misselijkheid
  • hartkloppingen
  • moeite met ademhalen

Andere symptomen van astafobie kunnen zijn:

  • zweterige handpalmen
  • snelle polsslag
  • obsessief verlangen om de storm in de gaten te houden
  • de behoefte zich voor de storm te verbergen, zoals in een kast, badkamer, of onder het bed
  • je aan anderen vastklampen voor bescherming
  • oncontroleerbaar huilen, vooral bij kinderen
  • Je kan inzien dat deze gevoelens overdreven en irrationeel zijn, zonder dat je in staat bent ze in te dammen.

Deze symptomen kunnen opkomen bij onweer, maar ook al door een weerbericht, een gesprek, of een plotseling geluid. Zicht en geluiden die lijken op donder en bliksem kunnen ook symptomen opwekken.

Wat zijn de risicofactoren voor brontofobie of astrafobie?

Sommige mensen hebben een verhoogd risico op deze fobie.

  • Kind zijn kan een risicofactor zijn. Onweersbuien kunnen bijzonder eng zijn voor kinderen, maar de meesten groeien over deze gevoelens heen naarmate ze ouder worden.
  • Sommige kinderen met autisme en sensorische overprikkeling of sensorische overbelasting of auditieve verwerkingsstoornis kunnen het moeilijker hebben om hun emoties tijdens een onweersbui onder controle te houden omdat ze een verhoogde gevoeligheid voor geluid hebben.
  • Angststoornissen komen vaak in families voor en hebben soms een genetisch verband. Personen met een familiegeschiedenis van angst, depressie, of fobieën kunnen een groter risico lopen op astrafobie/brontofobie.
  • Een trauma die verband houdt met het weer kan ook een risicofactor zijn. Iemand die bijvoorbeeld een traumatische of negatieve ervaring heeft opgedaan door noodweer kan een fobie voor onweer krijgen.

Hoe wordt astrafobie of brontofobie gediagnosticeerd?

Als je fobie langer dan zes maanden duurt of je in je dagelijks leven hindert kan het helpen hulp te zoeken bij een arts of psycholoog. Je arts zal een diagnose stellen op basis van mondelinge verslagen van je reacties en gevoelens op onweer en een onderzoek om een medische basis voor de symptomen uit te sluiten.

Er is geen specifieke test voor astrofobie. De Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders van de American Psychiatric Association geeft criteria voor specifieke fobieën, die gebruikt kunnen worden om een diagnose te helpen stellen. Je arts zal je symptomen vergelijken met de criteria om te bepalen of je een fobie hebt.

Hoe wordt astrafobie of brontofobie behandeld?

Er zijn verschillende behandelingen voor fobieën die effectief kunnen zijn.

Cognitieve gedragstherapie (CGT)

CGT is een vorm van psychotherapie (praattherapie). Het is een kortdurende aanpak. Het kan één op één met een therapeut of in een groepsverband gedaan worden. CGT richt zich diep op één specifiek probleem en is doelgericht. Het is bedoeld om negatieve of foutieve denkpatronen te veranderen en te vervangen door meer rationele denkwijzen.

Blootstellingstherapie (exposure)

Blootstellingstherapie of exposuretherapie is een vorm van CGT. Het biedt mensen met fobieën de gelegenheid hun angsten onder ogen te zien door in de loop van de tijd langzaam blootgesteld te worden aan datgene wat hen angst aanjaagt. Je zal hierbij onweer of onweer-gerelateerde triggers ervaren terwijl je onder toezicht staat of in een gecontroleerde omgeving.

Dialectische gedragstherapie (DBT)

Deze probleemoplossende aanpak koppelt CGT aan meditatie en andere stressverlagende technieken. Het is bedoeld om mensen te helpen hun emoties te verwerken en te reguleren en tegelijk hun angst te verminderen.

Acceptatie en commitment therapie (ACT)

ACT streeft naar meer mindfulness, copingvaardigheden, en acceptatie van jezelf en situaties.

Anti-angst medicatie

Je arts kan je naast therapie ook angstmedicijnen aanraden. Deze medicijnen kunnen helpen de stress te verminderen die je voelt voor of tijdens een storm. Medicatie is geen remedie tegen fobie.

Technieken voor stressbeheersing

Stressbeheersingstechnieken, zoals meditatie, kunnen effectief zijn bij het opheffen of verminderen van je fobie. Deze technieken kunnen je helpen je fobie op de lange termijn te beheersen.

Conclusie

Als je angst voor onweer zes maanden of langer aanhoudt, of je dagelijks leven hindert, kan het als een fobie worden geclassificeerd. Astrofobie of brontofobie kan met behandeling en steun overwonnen worden.

Bronnen

Scroll naar top