ontwikkelingstrauma (developmental trauma disorder)

Ontwikkelingstrauma (Developmental Trauma Disorder)

Ontwikkelingstrauma ( Developmental Trauma Disorder) beschrijft de disfuncties van mensen die in hun jeugd aan chronische traumatische stress zijn blootgesteld. Dr. Bessel van der Kolk en de medewerkers van The Trauma Center van JRI doen al meer dan veertig jaar onderzoek naar aandoeningen van extreme stress bij kinderen. Samen met het National Child Traumatic Stress Network stelden zij voor om Developmental Trauma Disorder (ontwikkelingstraumastoornis) op te nemen in de DSM-5. Ondanks sluitend wetenschappelijk bewijs wees de commissie dit voorstel af.

Een deel van de kinderen die van der Kolk onderzocht voldeed net niet aan de criteria voor de Post-Traumatic Stress Disorder (PTSS), de stoornis die het nauwst hiermee samenhangt. Andere kinderen hadden een waslijst van gerelateerde stoornissen toegekend gekregen, van de Oppositional Defiance Disorder (ODD) tot de Autisme Spectrum Stoornis (ASS).

Omdat er geen andere diagnostische opties beschikbaar zijn, leiden de symptomen die professionals zien er vaak zelfs toe dat ze zelfs niet-verwante stoornissen zoals bipolaire stoornis, ADHD, gedragsstoornis, borderline en een groot aantal angststoornissen vast te stellen. Al de problemen van deze kinderen en volwassenen zijn echter te verklaren vanuit de context een trauma in de ontwikkeling.

Dit was het voorstel voor ontwikkelingstraumastoornis (Developmental Trauma Disorder) in de DSM-5:

  • Exposure. Het kind of de adolescent heeft gedurende een periode van ten minste één jaar, te beginnen in de kindertijd of vroege adolescentie, meerdere of langdurige ongewenste voorvallen ervaren of meegemaakt, waaronder:
    • Directe ervaring met of getuige zijn van herhaalde en ernstige episodes van interpersoonlijk geweld; en
    • Significante verstoringen van de beschermende verzorging als gevolg van herhaalde veranderingen in de primaire verzorger; herhaalde scheiding van de primaire verzorger; of blootstelling aan ernstige en aanhoudende emotionele mishandeling.
  • Effectieve en fysiologische ontregeling. Het kind vertoont verminderde normatieve ontwikkelingscompetenties met betrekking tot opwindingsregulatie (arousal), waaronder ten minste twee van de volgende:
    • Het onvermogen om te moduleren, te tolereren of te herstellen van extreme affecten (bijvoorbeeld angst, woede, schaamte), met inbegrip van langdurige en extreme driftbuien, of immobilisatie.
    • Verstoring van de regulatie in de lichaamsfuncties (bijvoorbeeld aanhoudende verstoringen in slaap-, eet- en eliminatiestoornissen; over- of onderreactiviteit op aanraking en geluiden; desorganisatie bij routinematige overgangen).
    • Verminderde bewustwording/dissociatie van gewaarwordingen, emoties en lichamelijke toestanden.
    • Een verminderd vermogen om emoties of lichamelijke toestanden te beschrijven.
  • Aandacht en gedragsdysregulatie: Het kind vertoont verminderde normatieve ontwikkelingscompetenties met betrekking tot duurzame aandacht, leren of omgaan met stress, waaronder ten minste drie van de volgende:
    • Bezorgdheid met dreiging, of verminderd vermogen om dreiging waar te nemen, inclusief het verkeerd interpreteren van veiligheid en gevarenaanwijzingen.
    • Een verminderd vermogen tot zelfbescherming, met inbegrip van het nemen van extreme risico’s of het zoeken naar sensatie.
    • Onaangepaste pogingen tot zelfverzorging (bv. schommelende en andere ritmische bewegingen, dwangmatige masturbatie).
    • Gewone (opzettelijke of automatische) of reactieve zelfbeschadiging.
    • Het onvermogen om doelgericht gedrag te initiëren of in stand te houden.
  • Zelf- en Relationele disregulatie. Het kind vertoont verminderde normatieve ontwikkelingscompetenties in hun zin van persoonlijke identiteit en betrokkenheid bij relaties, waaronder ten minste drie van de volgende:
    • Intense preoccupatie met de veiligheid van de verzorger of andere geliefden (inclusief het precocipiëren van de zorg) of moeilijkheden om hereniging met hen te tolereren na de scheiding.
    • Aanhoudend negatief gevoel van eigenwaarde, met inbegrip van zelfhaat, hulpeloosheid, waardeloosheid, ineffectiviteit of gebrekkigheid.
    • Extreme en hardnekkige distructie, opstandigheid of gebrek aan wederzijds gedrag in nauwe relaties met volwassenen of leeftijdgenoten.
    • Reactieve fysieke of verbale agressie tegen leeftijdsgenoten, verzorgers of andere volwassenen.
    • Ongepaste (excessieve of promiscue) pogingen om intiem contact te krijgen (met inbegrip van maar niet beperkt tot seksuele of fysieke intimiteit) of overmatige afhankelijkheid van leeftijdgenoten of volwassenen voor veiligheid en geruststelling.
    • Een verminderd vermogen om empathische opwinding te reguleren, zoals blijkt uit een gebrek aan empathie voor, of intolerantie voor, uitingen van verdriet van anderen, of een overdreven reactie op het verdriet van anderen.
  • Posttraumatische Spectrum Symptomen. Het kind vertoont ten minste één symptoom in ten minste twee van de drie PTSS-symptomenclusters (B, C & D).
  • Duur van de verstoring (symptomen in DTD Criteria B, C, D. en E) ten minste 6 maanden.
  • Functionele Beperking. De stoornis veroorzaakt klinisch significant leed of een handicap op ten minste twee van de volgende gebieden van de functiestoornis.
    • School: onderpresteren, niet aanwezig zijn, disciplinaire problemen, voortijdig schoolverlaten, het niet behalen van een diploma/diploma(s), conflict met schoolpersoneel, leerstoornissen of verstandelijke beperkingen die niet door neurologische of andere factoren kunnen worden verklaard.
    • Familiair: conflict, vermijding/passiviteit, weglopen, onthechting en surrogaatvervanging, pogingen om familieleden lichamelijk of emotioneel te kwetsen, niet-nakoming van verantwoordelijkheden binnen het gezin.
    • Sociale contacten met leeftijdsgenoten: isolement, afwijkende voorkeuren, aanhoudende fysieke of emotionele conflicten, vermijding/passiviteit, betrokkenheid bij geweld of onveilige handelingen, leeftijdsongeschikte voorkeuren of stijl van interactie
    • Wettelijk: arrestatie/recidive, detentie, veroordelingen, opsluiting, schending van reclasserings- of andere gerechtelijke vonnissen, steeds ernstiger wordende misdrijven, misdaden tegen andere personen, minachting of veronachtzaming van de wet of van conventionele morele normen.
    • Gezondheid: lichamelijke ziekte of problemen die niet volledig kunnen worden verklaard, lichamelijk letsel of degeneratie, waarbij sprake is van spijsvertering, neurologische (met inbegrip van bekeringssymptomen en analgesie), seksuele, immuun-, cardiopulmonale, proprioceptieve of zintuiglijke systemen, of ernstige hoofdpijn (inclusief migraine) of chronische pijn en vermoeidheid.
    • Beroepsmatig: desinteresse in werk/beroep, onvermogen om werk te krijgen of te behouden, hardnekkig conflict met collega’s of leidinggevenden, onderbezetting in relatie tot capaciteiten, het niet bereiken van te verwachten vooruitgang.

Ontwikkelingstrauma (Developmental Trauma Disorder) en de mogelijke behandeling is door Van der Kolk uitgebreid beschreven in zijn boek:

Here one of the worlds experts on traumatic stress offers a bold new paradigm for treatment, moving away from standard talking and drug therapies and towards an alternative approach that heals mind, brain and body.