wat is identiteitspolitiek?

Wat is identiteitspolitiek?

Wat is identiteitspolitiek?

Identiteitspolitiek is het bedrijven van politiek vanuit de sociale identiteit van een bepaalde groep en de door deze groep gedeelde ervaring van maatschappelijk onrecht. Het draait in identiteitspolitiek om de vraag naar erkenning van groepen van dezelfde etniciteit, sociale achtergrond, klasse, seksuele geaardheid, genderidentiteit, religie, of andere identificerende factor. De groepsidentiteit wordt hiermee tegenover de cultureel dominante groep in een maatschappij gesteld. De term is een letterlijke vertaling van het Engelse identity politics.

Identiteitspolitiek verwerpt het ideaal van het liberalisme, waarbij het gaat om de rechten van het individu en gelijkheidsdenken en groepsrechten alleen vertegenwoordigd worden binnen vrijwillige verbanden. In identiteitspolitiek wordt niet geredeneerd vanuit individuen, maar komt men op voor de rechten van grotere sociale groepen die ongelijk behandeld worden. Het verlies van de groepsidentiteit, de culturele assimilatie, waartoe het liberale gelijkheidsbeginsel zou leiden, wordt verworpen. 

Bewegingen die in onze geschiedenis onder identiteitspolitiek gerekend kunnen worden zijn de periode van de verzuiling in Nederland, de tweede feministische golf, de emancipatiebewegingen van homoseksuelen en andere seksuele minderheden en diverse op etniciteit gerichte bewegingen. Meer recent vallen ook de debatten over de islam, de zwartepietendiscussie, #MeToo, Blacklivesmatter en de discussies over genderneutraliteit hieronder.

Lees ook: Minderheidsstress

De verschuiving naar identiteitspolitiek in de 21e eeuw

Francis Fukuyama is een Amerikaanse hoogleraar, publiek intellectueel en schrijver. Hij publiceerde in september 2019 Identiteit: waardigheid, ressentiment en identiteitspolitiek. Volgens Fukuyama is de huidige politiek verschoven tenopzichte van de politiek van de 20e eeuw.

In de 20e eeuw gingen de grote politieke tegenstellingen eigenlijk over economische ideologie. Het politieke speelveld werd verdeeld door een sociaal-democratisch, en in sommige gevallen marxistisch links, dat meer economische gelijkheid, meer herverdeling en meer sociale bescherming wilde en een rechts dat meer gericht was op de vrije markt en op individuele vrijheden.

Dat is de laatste jaren aan het veranderen in de richting van politiek die meer bepaald wordt door identiteit. Deze verschuiving heeft zich in de loop van de tijd voorgedaan, maar werd het duidelijkst in 2016 met de verkiezing van Donald Trump en de Brexit-stemming in het Verenigd Koninkrijk, beide rechts-populistische bewegingen die op identiteit gebaseerd waren.

Trump heeft een conservatief economisch beleid gevoerd, maar zijn echte aantrekkingskracht zat in het aanvallen van buitenlanders, het aanvallen van immigranten en het willen afsluiten van de Verenigde Staten voor stromen mensen, en zijn zeer onliberale handelsbeleid. Trump zei dat hij van handelsoorlogen hield en dacht dat die gemakkelijk te winnen waren.

Dit is een soort conservatisme dat heel anders is dan het conservatisme onder zijn eveneens republikeinse voorganger Ronald Reagan uit de eind-twintigste eeuw, die vóór immigratie was en vrijhandel bevorderde. In feite had Reagan een zeer internationalistisch buitenlands beleid.

Het gevaar van identiteitspolitiek

Fukuyama stelt dat identiteit en de politiek van identiteit op zich niet slecht zijn. Maar er ontstaat een probleem wanneer deze identiteiten als essentieler en belangrijker worden gezien dan alle andere kenmerken. Met andere woorden, het feit dat iemand wit is wordt belangrijker dan het feit dat hij of zij goede ideeën of bepaalde talenten heeft. Dat is het punt waarop identiteitspolitiek een bron wordt van onverdraagzaamheid, niet van pluralisme en liberalisme.

Wanneer je je meer richt op steeds nauwere identiteiten dan op grotere en meer geintegreerde identiteiten wordt identiteit een substituut voor publieke discussies over ernstige sociale problemen, zoals economische ongelijkheid of immigratie. Bewegingen als #MeToo en Black Lives Matter zijn daarbij het grotere belang uit het oog verloren: het ontwikkelen van een gemeenschappelijke identiteit. Het lijkt alleen nog te draaien om de vraag wie je bent en tot welke groep je behoort.

In de progressieve politiek in de Verenigde Staten heeft de linkerflank zichzelf geherdefinieerd van bezorgdheid over de brede arbeidersklasse naar bezorgdheid over specifiek onrecht in verband met Afro-Amerikanen, vrouwen, de LGBTQ-gemeenschap, gehandicapten of inheemse volkeren. Dit zijn allemaal echte kwesties van sociale rechtvaardigheid, maar ze hebben ook de neiging om linkse partijen te fragmenteren.

Soms zijn er interne conflicten tussen deze groepen omdat ze het eigenlijk niet eens zijn over een gemeenschappelijke agenda. Daardoor is de aandacht van het bredere vraagstuk van ongelijkheid afgeweken. De strijd van vrouwen, etnische en seksuele minderheden is volgens Fukuyama goed voor de emancipatie, maar wat linkse politici echt zouden moeten doen is nadenken over economische gelijkheid en wat mensen samenbindt.

In plaats van links populisme hebben we rechts populisme gekregen. Rechtse identitaristen herdefiniëren de nationale identiteit in etnische termen. Nationalistische en religieuze fanatici doen zich opeens voor als bedreigde minderheden: boze witte mannen die hun frustratie omzetten in xenofobie en racisme, of islamisten die in Syrië ten strijde trekken voor IS.

In de Verenigde Staten is er bijvoorbeeld een opkomst van het witte nationalisme en dit idee dat echte Amerikanen niet alle diverse minderheden omvatten waaruit het land eigenlijk bestaat. In andere landen kan deze opschuiving naar identiteitspolitiek de vorm van religie aannemen.

In Sri Lanka of Myanmar is een militante vorm van boeddhisme die zeer onverdraagzaam is geweest. In India vertegenwoordigt premier Narendra Modi een verschuiving van een liberale visie op India naar een hindoe-nationalistische visie. Vanuit het standpunt van de liberale democratie zijn dit negatieve ontwikkelingen.

De toekomst van identiteitspolitiek

Aan het eind van het boek schrijft Fukuyama dat we niet kunnen ontsnappen aan politiek gebaseerd op identiteit. Maar hij geeft ook aanbevelingen over wat er gedaan kan worden om identiteitspolitiek beter te maken. Kort gezegd moeten we in Europa werken aan het scheppen van meer integratieve identiteiten op het niveau van de natie-staten.

Fukuyama zegt dat in Europa na de Tweede Wereldoorlog de hoop was dat we naar een post-nationaal tijdperk zouden gaan waarin het ‘Europeaan zijn’ het Duitser of Italiaan of Nederlander zijn zou verdringen. Dat is niet gebeurd en zal ook niet snel gebeuren omdat de echte locus van macht nog steeds een natiestaat is. Zolang dat het geval is, denkt Fukuyama dat we op natie-niveau aandacht moeten besteden aan geintegreerde nationale identiteiten.

Dit moeten identiteiten zijn die open staan voor de verscheidenheid van de mensen die in deze samenlevingen leven. Dit wordt vanuit twee richtingen bedreigd: door linkse partijen die zich helemaal niets aantrekken van nationale identiteit en door rechtse partijen die nationale identiteit in etnische termen wil definiëren. Geen van beide is volgens Fukuyama een passend antwoord op het probleem.

Bronnen

Identiteit: waardigheid, ressentiment en identiteitspolitiek van Francis Fukuyama:

Voorheen streefde de liberale democratie naar universele erkenning van burgerschap met onvervreemdbare rechten. Nu heeft identiteitspolitiek op basis van religie, ras, etniciteit of gender de overhand. De opleving van de gepolitiseerde islam, identiteitspolitiek gericht op etnische minderheden, activisme op universiteiten en het anti-immigranten-populisme zijn daar voorbeelden van. De behoefte aan identiteit kan niet zomaar opzij worden gezet. Daarom moet zij ingevuld worden op een manier die de democratie ondersteunt in plaats van ondermijnt.