woman holding stick cigarette during day time

Kun je zelfbeschadiging beschouwen en behandelen als een verslaving?

Regelmatig hoor je verhalen van mensen die als gevolg van zelfbeschadiging (automutilatie) op de eerste hulp belanden en hier behoorlijk grof worden behandeld. Zo zijn er artsen die weigeren een iemand te verdoven tijdens het hechten in de hoop dat iemand hierdoor zal stoppen met zelfbeschadiging. Een slechte manier om om te gaan met mensen die zoeken naar hulp en erkenning.

€5,99

‘Dit is alles wat je wilt weten over borderline. Alle informatie op internet is vanaf nu overbodig.’ – Denise

Zelfbeschadiging is een hardnekkig probleem dat een rol speelt in verschillende stoornissen, bijvoorbeeld anorexia nervosa en borderline persoonlijkheidsstoornis. Voor een goede behandeling is het belangrijk dat artsen op de hoogte zijn van het fenomeen zelfbeschadiging. Meer kennis leidt tot meer begrip voor mensen die hiermee te maken hebben en geeft behandelaars handvatten om de behandeling tot een goed einde te brengen, of dit nou op de eerste hulp van het ziekenhuis is of in een langdurige therapeutische relatie. 

Mensen die zichzelf beschadigen hebben vaak last van een ernstige drang tot zelfbeschadiging, het gevoel er niet mee te kunnen stoppen en de neiging snel terug te vallen in het oude gedrag, wat op het eerste oog doet denken aan verslaving. Verschillende aspecten uit verhalen van mensen die vertellen over hun zelfbeschadiging lijken gerelateerd aan verslavingssymptomen. Toch wordt zelfbeschadiging nog vaak gezien als een slechte gewoonte die je zelf zou kunnen afleren.

Zelfbeschadiging beter begrijpen en behandelen

Als zelfbeschadiging overeenkomsten vertoont met verslaving leidt dit niet alleen tot een beter begrip van zelfbeschadiging, maar biedt het ook mogelijkheden om erkende behandelingen voor verslaving toe te kunnen passen. Daarnaast leidt het mogelijk herkennen van elementen van verslaving in zelfbeschadiging hopelijk ook tot minder kortzichtigheid over de eigen verantwoordelijkheid van mensen bij het oplossen van de zelfbeschadiging. 

Problemen met emotieregulatie

Non-suïcidale zelfbeschadiging is het opzettelijk beschadigen van het lichaamsweefsel, zonder hierbij een suïcidale intentie te hebben. Het komt voor bij mensen met verschillende psychische stoornissen, zoals depressie, angst, posttraumatische stressstoornis en persoonlijkheidsstoornissen zoals borderline. Gemeenschappelijke factoren bij mensen die zichzelf beschadigen zijn problemen in de emotieregulatie en moeite met het onderdrukken van impulsen. 

Mensen die zichzelf beschadigen geven vaak aan de zelfbeschadiging te gebruiken om emoties te onderdrukken wanneer deze niet kunnen worden geuit. Ze geven aan dat de zelfbeschadiging leidt tot een tijdelijke verlichting van bijvoorbeeld gevoelens van depressie of spanning. Onderzoekers zien zelfbeschadiging vaak als een stoornis in het reguleren van emoties.

Overeenkomsten tussen zelfbeschadiging en verslaving

Onderzoekers wijzen steeds vaker op overeenkomsten tussen zelfbeschadiging en verslaving:

  • moeite met het reguleren van emoties ook terug in verslaving
  • dwangmatigheid
  • controleverlies
  • obsessiviteit
  • weinig oog lijkt voor de negatieve consequenties van het eigen gedrag 

Daarnaast omschrijven veel patiënten die zichzelf beschadigen het eigen gedrag als een verslaving. Zo geeft een patiënte in het onderzoek van Buser & Buser (2013, p. 18) aan: “Ik zou heel graag willen stoppen met zelfbeschadiging, maar ik heb het gevoel dat ik dit niet kan omdat ik verslaafd ben.”

Ook in het onderzoek van Davis & Lewis (2018, p. 7) geeft een patiënte aan haar zelfbeschadiging te hebben geaccepteerd als een verslaving: “Soms doe ik het maanden niet, tot er iets voorvalt waardoor het weer helemaal opnieuw begint. Ik heb geaccepteerd dat zelfbeschadiging een grote verslaving voor me is.” 

Dwangmatigheid

Eén van de hoofdkenmerken van verslaving is de dwangmatigheid waarmee het gedrag gepaard gaat. Belangrijke kenmerken van dwangmatigheid zijn het willen afwenden of verlichten van negatieve emoties. Deze kenmerken zijn overeenkomstig met die van zelfbeschadiging. Zelfbeschadiging wordt vaak voorafgegaan door een negatieve emotie, waarna iemand overgaat op zelfbeschadiging om deze emotie te verlichten.

Volgens Sellman gaat verslaving zelfs hoofdzakelijk over dwangmatigheid, ook al wordt dit op neurobiologisch gebied nog niet volledig begrepen. Sellman zegt hierover: “Het is een uitdaging voor de toekomst om de ontwikkeling van dwangmatigheid op neurochemisch vlak niet alleen te begrijpen bij drugsverslaving, maar bij alle vormen van verslaving.” (Sellman, 2010, p.7)

Positieve en negatieve bekrachtiging

Een ander kenmerk van verslaving dat men terugziet bij zelfbeschadiging is bekrachtiging (reinforcement); bepaald gedrag wordt gehandhaafd als gevolg van conditionering. Zowel bij verslaving als bij zelfbeschadiging ziet men dat er sprake is van negatieve bekrachtiging; mensen grijpen naar een verslavend middel, zoals drugs of alcohol, of beschadigen zichzelf naar aanleiding van nare emoties met als doel deze emoties te verminderen of helemaal niet meer te voelen.

Een verschil tussen verslaving en zelfbeschadiging is echter dat er bij verslaving veel meer sprake is van positieve bekrachtiging. De hoeveelheid dopamine in het brein toe neemt toe, met als direct gevolg een euforische staat van de persoon in kwestie. Deze positieve bekrachtiging is echter verwaarloosbaar klein na zelfbeschadiging. Mensen die zichzelf beschadigen doen ditvooral om emoties die ze als negatief ervaren te onderdrukken en niet om positieve emoties, zoals euforie, op te wekken.

Doorgaan ondanks negatieve consequenties

Mensen die zichzelf beschadigen weten vaak dondersgoed dat waar zij mee bezig zijn niet positief is voor zowel hun psychische als lichamelijke gezondheid. Toch is dit vaak geen reden om te stoppen.

Zo zegt een vrouw die zichzelf al 35 jaar beschadigt: “Ik probeer het niet te doen omdat ik kinderen heb, maar de gedachten eraan zijn obsessief. […] Ik overtuig mezelf dat ik kan stoppen, maar natuurlijk gebeurt dat nooit.” (Davis & Lewis, 2018, p. 7) Iemand anders zegt hierover: “Het is absoluut een copingmechanisme, maar ik zou niet zeggen dat het een slechte is.” (Davis & Lewis, 2018, p. 8).

Deze manifestatie van destructief gedrag ondanks het bekend zijn met de negatieve consequenties wordt ook gezien als een belangrijk uitgangspunt bij het vaststellen van een verslaving aan middelen in de DSM-V. Ook op dit punt vertoont zelfbeschadiging dus een overeenkomst met verslaving.

Dit is ook goed terug te zien in een onderzoek van Nixon et al. dat aantoont dat van de 42 patiënten in hun onderzoek die zichzelf bij aanvang van het onderzoek beschadigden er 95.2% bleef vasthouden aan dit gedrag ondanks de negatieve consequenties.

Drang

De drang tot het destructieve gedrag van zelfbeschadiging moet wel enorm zijn als je kijkt naar de grote mate van dwangmatigheid die er bij komt kijken en het feit dat mensen er niet mee kunnen stoppen, zelfs als ze zich volledig bewust zijn van de schade die het gedrag oplevert.

“Ik wou dat ik het niet gedaan had, maar ik was geobsedeerd door de gedachte het toch te doen. Het voelde alsof ik geen keuze had,” zegt iemand in het onderzoek van Davis & Lewis (2018, p. 6). Deze persoon is zeker niet de enige, aangezien 222 van de 500 onderzochte online berichten over zelfbeschadiging in dit onderzoek ‘drang’ of ‘obsessie’ als thema hadden. 

Eén van de hoofdcriteria bij het vaststellen van een middelenverslaving is het kijken naar de hoeveelheid verlangen naar het verslavende middel. Dit verlangen wordt omschreven als een intense drang of grote wens. Van deze vorm van drang hebben mensen met zelfbeschadiging veel last. De ernst van de drang verschilt wel van die bij middelenverslaving, bij middelenverslaving is deze significant groter dan bij zelfbeschadiging.

Dit komt waarschijnlijk omdat mensen die verslaafd zijn aan middelen altijd een grotere drang voelen, terwijl mensen die zichzelf beschadigen deze drang voornamelijk voelen op momenten dat zij zich niet goed voelen. Dat maakt dat de drang minder op dagen dat het beter met ze gaat.

Conclusie

Zelfbeschadiging vertoont overduidelijk veel overeenkomsten met verslaving. Zo is er in beide gevallen sprake van dwangmatigheid, bekrachtiging, niet kunnen stoppen ondanks de negatieve consequenties en een gevoel van drang. Het voornaamste verschil lijkt te liggen in de situatie waarin het gedrag optreedt.

Mensen die verslaafd zijn aan middelen gebruiken deze middelen ongeacht hun bui en om deze op te peppen dan wel af te zwakken, mensen die zichzelf beschadigen zetten dit gedrag voornamelijk op het moment dat zij zich erg slecht voelen. Ook is er niet echt sprake van euforie na het gedrag, terwijl hier bij middelengebruik wel sprake van is. Mensen die zichzelf beschadigen voelen zich na de zelfbeschadiging voornamelijk beter omdat hun negatieve gevoelens tijdelijk onderdrukt zijn. 

Het is opmerkelijk dat mensen die zichzelf beschadigen vaak nog zo onheus behandeld worden door artsen. Er is zoveel bekend over verslaving en het is ronduit zonde dat artsen dit nog niet altijd inzetten bij mensen met zelfbeschadiging. 

Ook Buser & Buser (2013) pleiten voor meer aandacht voor het omgaan met zelfbeschadiging in de opleiding van studenten in de richting geestelijke gezondheid. Zij stellen dat het benoemen van zelfbeschadiging als verslaving zou kunnen leiden tot meer aandacht hiervoor in trainingsprogramma’s.

Er zou bij de behandeling van zelfbeschadiging veel meer moeten worden gelet op de ‘three Cs of addiction’, compulsivity, loss of control, and continued  use despite consequences, oftewel, dwangmatigheid, controleverlies en doorgaan met het gedrag ondanks de negatieve consequenties.

Mensen die zichzelf beschadigen en voldoen aan de drie C’s van verslaving zouden dus mogelijk meer hebben aan behandelingen die nu voornamelijk worden ingezet bij verslaving en nog niet bij zelfbeschadiging. Vanwege de hoge hoeveelheid overeenkomsten tussen zelfbeschadiging en verslaving loont het zeker de moeite om in de toekomst te investeren in onderzoek dat kijkt of mensen die zichzelf beschadigen baat zouden hebben bij verslavingsbehandelingen.

Meer onderzoek naar zelfbeschadiging als verslaving leidt hopelijk ook tot meer respect voor mensen die bij een arts belanden als gevolg van zelfbeschadiging. Zelfbeschadiging kent zeer verslavende kenmerken die vragen om een serieuze bejegening. Daarnaast gebruiken mensen zelfbeschadiging vaak als laatste redmiddel om zichzelf voor even te redden van heftige emoties.

Als iemand op zo’n moment bij een arts komt, is de het belangrijk hem of haar serieus te nemen in zijn of haar pijn, goede zorg verlenen en door te verwijzen naar een goede vervolgbehandeling.

€5,99

‘Dit is alles wat je wilt weten over borderline. Alle informatie op internet is vanaf nu overbodig.’ – Denise

Bronnen

  • Buser, T. J., & Buser, J. K. (2013). Conceptualizing Nonsuicidal Self-Injury as a Process Addiction: Review of  Research and Implications for Counselor Training and Practice. Journal of Addictions & Offender Counseling, 34, 16-29. http://dx.doi.org/10.1002/j.2161-1874.2013.00011.x 
  • Carlson, L., Steward, T., Aguëra, Z., Mestre-Bach, G., Magaña, P., Granero, R.,  … & Fernández-Aranda, F. (2018). Associations of food addiction and nonsuicidal self‐injury among women with an eating disorder: A common strategy for regulating emotions? European Eating Disorders Review, 2018, 1-9. https://doi.org/10.1002/erv.2646
  • Davis, S., & Lewis C.A. (2018). Addiction to Self-harm? The Case of Online Postings on Self-harm Message Board. International Journal of Mental Health and Addiction, 2018, 1-16. https://doi.org/10.1007/s11469-018-9975-8
  • Leckman, J. F., Denys, D., Simpson, H. B., Mataix‐Cols, D., Hollander, E., Saxena, S., … & Stein, D. J. (2010). Obsessive–compulsive disorder: a review of the diagnostic criteria and possible subtypes and dimensional specifiers for DSM‐V. Depression and anxiety, 27(6), 507-527. https://doi.org/10.1002/da.20669 
  • Nixon, M. K., Cloutier, P. F., & Aggarwal, S. (2002). Affect regulation and addictive aspects of repetitive self-injury in hospitalized adolescents. Journal of the American Academy of Child and Adolescent Psychiatry, 41(11), 1333–1341.
    http://dx.doi.org/10.1097/01.CHI.0000024844.60748.C6
  • Smith, D. E., & Seymour, B. E. (2004). Handbook of addictive disorders: A practical guide to diagnosis and treatment. Hoboken, New Jersey: John Wiley & Sons, Inc.
  • Victor, S. E., Glenn, C. R., & Klonsky, E.D. (2012). Is non-suicidal self-injury an “addiction”? A comparison of craving in substance use and non-suicidal self-injury. Psychiatry Research, 197, 73-77. https://doi.org/10.1016/j.psychres.2011.12.011