Dissociatie

Dissociatie verwijst naar een droomachtige toestand waarin je je losgekoppeld, onthecht of vervreemd voelt van je lichaam, je emoties of je omgeving. Dingen kunnen ‘minder echt’ lijken dan ze zouden moeten zijn. Dit soort sensaties variëren in ernst en kunnen het gevolg zijn van een reeks aandoeningen, waaronder posttraumatische stressstoornis, maar ook het gebruik van recreatieve drugs.

Hoe voelt dissociatie?

Dissociatie overkomt iedereen wel eens. Als je ooit in een kampvuur of een discolicht hebt gestaard heb je misschien wel een glimp opgevangen van hoe het voelt. Ook wanneer je een boek leest en steeds opnieuw aan de bladzijde moet beginnen omdat je gedachten elders waren, of wanneer je je auto naast je huis parkeert en geen herinnering meer hebt aan de weg die je naar huis hebt afgelegd, heb je een lichte vorm van dissociatie meegemaakt.

Dissociatie kan heel nuttig zijn. Het kan vervelende dingen verdrijven, zoals wanneer je gedeeltelijk verdoofd wordt geopereerd, of wanneer je zes uur in een krappe bus naar Frankrijk rijdt. Ook in een flow zitten is technisch gezien dissociatie: je gaat volledig op in wat je ook doet – schrijven, tekenen, bakken – en bent losgekoppeld van je omgeving en tijd. Als je lekker bezig bent kun je vergeten hoe laat het is, dat je moet eten, of zelfs dat je bestaat.

Maar dissociatie heeft ook een schaduwkant. Wanneer dissociatie blijft bestaan, zelfs wanneer de dreiging er niet meer is, stopt dissociatie een beschermingsmechanisme te zijn en begint het je in de weg te staan. Het kan dan onderdeel van een psychische stoornis worden.

Symptomen van dissociatie

Dissociatie kan op verschillende manieren gebeuren. Een studie gepubliceerd in Access Advances in Psychiatric Treatment omschrijft deze symptomen: (bron)

  • veranderingen in de lichamelijke zintuigen
  • een verminderd vermogen om emotioneel te reageren

Hier zijn enkele van de ervaringen die je kan hebben:

  • een buitenlichamelijke ervaring, waarbij je het gevoel hebt dat je wegzweeft of jezelf van een afstand of als in een film bekijkt.
  • een gevoel van loskoppeling van je eigen lichaam
  • het gevoel dat het leven een droom is, waar iedereen en alles onwerkelijk lijkt
  • het gevoel dat je geen controle hebt over je acties
  • hiaten in je geheugen, met name van specifieke mensen, gebeurtenissen of perioden in het leven
  • obsessief gedrag, bijvoorbeeld herhaaldelijk in een spiegel kijken om te controleren of je echt bestaat
  • Sommige mensen kunnen fysiek naar een andere plaats reizen en daar een andere identiteit aannemen. Je kan je daarbij je eigen identiteit niet meer herinneren.

Angst kan zowel een oorzaak of gevolg zijn van dissociatie.

Dissociatie is op te splitsen in depersonalisatie en derealisatie:

  • Dissociatie is een algemene term die verwijst naar een onthechting
  • Depersonalisatie is specifiek een gevoel van onthechting van jezelf en van je eigen identiteit.
  • Derealisatie is het gevoel dat dingen of mensen in de buurt onwerkelijk lijken.

Depersonalisatie

Depersonalisatie is het gevoel dat je je afgescheiden of vervreemd voelt van je lichaam. Je kan het gevoel op een lichte manier nabootsen door een paar minuten lang aandachtig naar je spiegelbeeld of een muur te staren.

Depersonalisatie kan een verontrustende ervaring zijn als het diepgaand en oncontroleerbaar aanvoelt. Mensen die depersonalisatie ervaren melden vaak dat ze zichzelf niet in een spiegel herkennen, het gevoel hebben dat hun lichaam niet van henzelf is, of zelfs dat ze tijdelijk niet in staat zijn om te praten. Voor velen is er daarnaast ook een gevoel van emotionele verdoving. (bron)

Derealisatie

Derealisatie is het gevoel dat je je geïsoleerd voelt van je omgeving. Het voelt alsof je midden in een druk feestje zit en je het idee hebt dat je alles van een afstand, vaag of op een scherm bekijkt.

Mensen rapporteren dat de wereld er nep uitziet, of dat ze alles door een sluier zien. Anderen zeggen dat de wereld kleur verliest.

Sommige mensen ervaren derealisatie tijdens de seks, en dit kan bijdragen aan seksuele disfunctiestoornissen. (bron)

Dissociatie als afweermechanisme bij trauma

Wat is een afweermechanisme?

Wanneer je moeilijke emoties of impulsen hebt zoek je vaak naar manieren om met deze ongewenste gevoelens om te gaan. In tegenstelling tot bewuste strategieën die we gebruiken om met dagelijkse stress om te gaan, werken afweermechanismen op een volledig onbewust niveau.

Afweermechanismen zijn een manier waarop je geest onbewust probeert je angst te verminderen en je emotioneel evenwicht te herstellen. Afweermechanismen komen veel voor en zijn meestal een normaal aspect van het dagelijks functioneren.

Sigmund Freud was de eerste die sprak over psychologische afweermechanismen tegen angst en stress, en Anna Freud was de eerste die afweermechanismen definieerde. Na deze oorspronkelijke definitie gingen onderzoekers echter verder op zoek naar andere mogelijke afweermechanismen. Één daarvan is dissociatie.

Lees ook: de psychologische afweermethoden volgens Anna Freud

Voordelen van dissociatie als afweermechanisme

Dissociatie komt vaak voor bij mensen die een levensbedreigende of traumatische gebeurtenis hebben meegemaakt, zoals extreem geweld, oorlog, of misbruik. In deze gevallen is het een natuurlijke reactie op gevoelens over ervaringen die je niet kan beheersen. Het is een manier om los te komen van de gruwelen van je eerdere ervaringen.

Dissociatie als afweermechanisme zorgt dat je je losgekoppeld voelt van een stressvolle of traumatische gebeurtenis, of zelfs het gevoel hebt dat de gebeurtenis niet echt plaatsvindt. Het is een manier om mentale trauma’s te blokkeren en je geest te beschermen tegen het ervaren van te veel stress.

Bijvoorbeeld:

  • Soldaten die gewond raken op het slagveld kunnen hun pijn blokkeren om zichzelf of anderen te redden.
  • Mensen die misbruikt worden kunnen dissociatie gebruiken om zichzelf af te snijden van hun ervaring, waardoor ze verdoofd zijn op een moment wanneer pijn of paniek hen anders zou overweldigen.

Nadelen van dissociatie als afweermechanisme

Er is bewijs dat het uittreden uit de werkelijkheid de psychologische pijn alleen uitstelt, waardoor het later erger wordt:

  • Australische onderzoekers onderzochten volwassenen met traumaverwondingen en concludeerden dat degenen die meer paniek hadden ook vaker dissocieerden. Deze hogere dissociatie voorspelde ook meer kans op posttraumatische stressstoornis drie maanden later. (bron)
  • Volwassenen die hallucineren hebben vaker als kind seksueel misbruik ervaren. Dissociatie als afweermechanisme lijkt daar een rol in te spelen. (bron)
  • Volwassenen die seksueel misbruik in hun kindertijd hebben meegemaakt beschadigen zichzelf vaker als ze vaker dissociatie als afweermechanisme hebben gebruikt. (bron)

Wanneer je dissociatie veel gebruikt of vaak nodig hebt wordt het effect versterkt. Overlevenden van trauma of misbruik krijgen zoveel oefening in dissociatie dat het vaak een automatisme wordt in tijden van stress, sterke emoties of waargenomen gevaar.

Wanneer dissociatie blijft bestaan, zelfs wanneer de dreiging er niet meer is, stopt dissociatie een beschermingsmechanisme te zijn en begint het je in de weg te staan. Je bent ontkoppeld, onthecht en, ironisch genoeg, kwetsbaar voor meer gevaar.

Als je vaak dissocieert in je kindertijd of in de puberteit kan je een dissociatieve stoornis ontwikkelen. Dit is een bijzonder ongezonde vorm van dissociatie waarbij je onwillekeurig en routinematig dissociëert.

Soms kun je door dissociatie traumatische gebeurtenissen uit het verleden niet meer herinneren.

Hoe werkt dissociatie in de hersenen?

Net als elke andere psychologische ervaring is dissociatie een effect dat optreedt in je hersenen. Er is nog steeds veel mysterie over hoe het werkt, maar het kan gepaard gaan met een onevenwichtigheid in hersenchemicaliën.

Onderzoekers hebben verschillen gevonden tussen de hersenactiviteit van mensen met een dissociatiestoornis en mensen zonder die stoornis:

Een verschil zit in het hersensysteem dat de vecht- of vluchtreactie controleert. Bij mensen die vaak dissociatie of derealisatie hebben is dit hersengebied in rust iets te hyperactief, maar als er iets stressvols gebeurt activeert dit niet zoveel als bij anderen. Dit hersensysteem wordt ook minder vertelt een adempauze te nemen als het te lang is geactiveerd. (bron)

Een ander verschil zit in het limbisch systeem, het emotieverwerkingscentrum van de hersenen. Dit gebied is ook minder geactiveerd dan normaal is op het moment dat iemand in dissociatie zit, wat laat zien dat de hersenen op dat moment zijn uitgezoomd. (bron)

Risicofactoren voor dissociatie

Een aantal factoren kunnen de kans op dissociatie en depersonalisatie vergroten.

Recreatieve drugs

Sommige recreatieve drugs beïnvloeden de chemicaliën in de hersenen. Deze kunnen gevoelens van depersonalisatie oproepen.

  • Ketamine: Ketamine is een dissociatieve verdoving die mensen ook gebruiken als een recreatieve drug. Ze nemen het omdat ze een “out-of-body” ervaring willen meemaken. Een bijzonder feit over ketamine is dat het ook wordt overwogen als een antidepressivum.
  • Cannabisgebruik: Sommige mensen hebben dissociatie- en depersonalisatieverschijnselen tijdens cannabisgebruik of -ontwenning.
  • Alcohol en hallucinogenen: Deze kunnen leiden tot depersonalisatie bij sommige mensen
  • Benzodiazepinen: Sommige mensen hebben last van perceptuele stoornissen zoals depersonalisatie bij het stoppen of minderen van benzodiazepinen.

Als een symptoom van een andere aandoening

Veel mensen die depersonalisatie ervaren hebben ook een ander psychische kwetsbaarheid. Vormen van dissociatie kunnen voorkomen bij de volgende aandoeningen:

  • depressie
  • schizofrenie
  • epilepsie
  • obsessief-compulsieve stoornis (OCD)
  • fobie
  • posttraumatische stressstoornis (PTSS)
  • migraine

Dissociatie- en depersonalisatiestoornissen

Dit zijn dissociatieve stoornissen met dissociatie of depersonalisatie:

  • Dissociatieve amnesie: Mensen vergeten informatie over zichzelf of dingen die hen zijn overkomen.
  • Depersonalisatiestoornis: Een distortie in uiterlijke ervaringen, een gevoel van onwerkelijkheid en een onvermogen om je eigen beeld in een spiegel te herkennen. Er kunnen ook veranderingen zijn in het lichamelijke gevoel en een verminderd vermogen om te handelen op een emotioneel niveau.
  • Dissociatieve identiteitsstoornis: Iemand raakt in de war over wie hij is en voelt zich als een vreemde voor zichzelf. Iemand met een dissociatieve identiteitsstoornis kan meerdere alters of ‘delen hebben’ en zich op verschillende momenten anders gedragen of in een ander handschrift schrijven.

In sommige culturen proberen mensen depersonalisatie te bereiken door middel van religieuze of meditatieve praktijken. Dit is geen stoornis.

Hoe kun je stoppen met het dissociëren?

Als je nu tips zoekt om uit je dissociatie te komen, probeer het volgende:

Bespeel je zintuigen

Dit is een klassieke manier om jezelf in het moment te houden. Knijp een ijsblokje vast in je hand, zuig op een citroen, let op hoe je voeten aanvoelen als je ze op de vloer drukt, noem vijf dingen die je nu kunt zien. Kortom, forceer je zintuigen om te informatie door te geven en voel, zie, hoor, ruik en proef iets van je hier en nu.

Let goed op je ademhaling

Je kunt dit overal doen en niemand hoeft te weten wat je doet. Adem langzaam in via je neus. Voel de sensatie van de koele lucht als het zich in je neusgaten beweegt. Volg dan de lucht die je neus binnendringt en verspreidt zich naar de achterkant van je keel. Adem vervolgens langzaam uit. Voel het contrast van de warme lucht en de sensatie als het je neusgaten verlaat. Deze zintuiglijke input houdt je verbonden met je lichaam en je omgeving.

Kies een voorwerp om je in het heden te houden

Dit kan echt alles zijn, zoals een foto, een sieraad of een ander klein aandenken. Bouw een sterke associatie op tussen dit voorwerp en het heden. Herinner je je elke keer dat je het voorwerp ziet of aanraakt dat je in het moment bent. Wanneer je het dan nodig hebt kun je dit voorwerp gebruiken om terug te keren naar het hier en nu.

Diagnose dissociatie

Als het gevoel van dissociatie je bekend in de oren klinkt is het de moeite waard om hulp te zoeken. Dissociatie en de aandoeningen waar ze uit voort komen zijn vaak goed te behandelen door een therapeut.

Een arts zal je vragen naar je symptomen en je persoonlijke en medische geschiedenis. Mogelijk zal hij of zij neurologisch onderzoek aanbevelen om aandoeningen zoals epilepsie uit te sluiten.

In het Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, vijfde editie (DSM-V) staan de volgende diagnostische criteria voor de depersonalisatiestoornis vermeld:

  • Je hebt aanhoudend of herhaaldelijk een gevoel van depersonalisatie of derealisatie.
  • Tijdens deze ervaringen ben je je ervan bewust dat deze veranderingen niet de werkelijkheid zijn.
  • Deze symptomen resulteren in angst en moeilijkheden bij het uitvoeren van routinematige taken.
  • De symptomen zijn niet te verklaren door een andere aandoening of het gebruik van een medicijn of andere stof.

Lees ook: afweermechanismen of verdedigingsmechanismen

Lees ook: fantasie als afweermechanisme

Lees ook: gezonde manieren om met negatieve gevoelens om te gaan