woman near wall

Trichotillomanie

Wat is trichotillomanie?

Trichotillomanie, of pathologisch haartrekken, is een veel voorkomende maar te weinig gediagnosticeerde psychische stoornis. Mensen met trichotillomanie ervaren een overweldigende drang om hun haar uit te trekken. De meesten trekken het haar op hun hoofdhuid uit. Sommige mensen kunnen echter ook haar uit hun baard, wimpers, of wenkbrauwen trekken.

Trichotillomanie is een voorbeeld van een lichaamsgericht repeterend gedrag. Er zijn verschillende lichaamsgerichte repeterend gedragingen die de huid, het haar of de nagels beschadigen.

De beschadigingen zijn een coping-mechanisme in situaties waarin je je ongemakkelijk of angstig voelt. Mensen die dit gebruiken als coping voelen dat repeterend gedrag verlichting kan geven van pijnlijke emoties. In veel opzichten is een haartrekstoornis een repeterend of obsessief verzorgingsgedrag dat lijkt op andere drangtrekken zoals:

Sommige mensen met trichotillomanie eten ook het haar dat ze uittrekken. Deze aandoening heet trichofagie en kan aanzienlijke problemen in het maag-darmkanaal veroorzaken.

Trichotillomaniea wordt in de DSM-5 gerekend onder de Obsessieve-compulsieve (OCS) en verwante stoornissen.

Trichotillomanie begint meestal rond de 10-12 jaar. Sommige van deze mensen kunnen dan gedurende de volwassenheid voortdurend of met tussenpozen met de aandoening worstelen. Er zijn ook publicaties van kinderen jonger dan een jaar en volwassenen ouder dan 50 jaar. Bij kinderen jonger dan 5 jaar komt het vaker voor bij jongens. Gedurende de pubertijd komt het tienmaal vaker voor bij meisjes. Bij volwassen treedt trichotillomanie in 70-93% van de gevallen op bij vrouwen.

Veel mensen die trichotillomanie hebben weten niet dat ze een diagnosticeerbare aandoening hebben. Ze zien hun haartrekken als een slechte gewoonte.Mensen kunnen echter ernstige lichamelijke en psychische symptomen ervaren.

Kenmerken van trichotillomanie

Iemand met trichotillomanie kan de volgende symptomen ervaren:

  • herhaaldelijk trekken aan hun haar, vaak zonder dat ze zich daarvan bewust zijn
  • een gevoel van opluchting na het uittrekken van haren
  • onvermogen om te stoppen met haartrekken, ondanks herhaalde pogingen om te stoppen
  • angst en stress in verband met het haartrekken
  • een behoefte om andere repetitieve activiteiten uit te voeren die met het haar te maken hebben, zoals haren tellen of draaien
  • huidirritatie of tintelingen op de getroffen plaatsen
  • merkbaar haarverlies of kale plekken als gevolg van haartrekken. De onscherp begrensde plek waar haar wordt uitgetrokken is chaotisch, lineair, of geometrisch van vorm. Aan de rand zijn er nauwelijks of geen haren uitgetrokken.

De haren worden uitgetrokken op:

  • de hoofdhuid (75%)
  • de wimpers (53%)
  • wenkbrauwen (42%)
  • schaamhaar (17%)
  • baard/gezicht (10)%
  • arm (10%)
  • snor (7%)
  • benen (7%)
  • borst (3%)
  • buik (2%)

Onderzoek uit 2014 suggereert dat alleen het denken aan deze gewoonten iemand al kan triggeren er naar te handelen, dus alleen al het denken aan haartrekken kan je laten beginnen. Deze drangtrekken starten tijdens het begin van de puberteit, vanaf de leeftijd van 11-14 jaar.

Obsessief huidpulken (excoriatiestoornis of titillomanie), is een obsessieve-compulsieve stoornis net als trichotillomanie, maar wordt wel beschouwd als een aparte aandoening. 

Typen trichotillomanie

  • Binge (aanvalstype)
    Mensen die aanvalsgewijs, in een korte periode, grote hoeveelheden haar uittrekken. Een aanval wordt uitgelokt door negatieve emoties (zoals intense angst of depressie).
  • Gedachteloos
    Haartrekken gedurende stilzittende activiteiten (bijvoorbeeld lezen, tv kijken, autorijden). Deze mensen zijn zich vaak onbewust van hun gedrag en zij trekken ook minder haar uit.

Complicaties van trichotillomanie

Een van de meest belangrijke complicaties is dat iemand met trichotillomanie uit angst voor ontdekking hulpverleners zoals een huisarts, tandarts of specialist vermijdt. Vaak gaat trichotillomanie samen met een andere psychiatrische aandoening:

  • ADHD
  • depressie
  • specifieke fobie
  • gegeneraliseerde angststoornis
  • eetstoornis
  • een andere obsessieve-compulsieve stoornis (OCS)

Mensen met trichotillomanie kunnen vlagen van depressie of angst ervaren over hun onvermogen om dwangmatig aan hun haren te trekken onder controle te houden. Mensen die haaruitval hebben als gevolg van de aandoening kunnen zich extra zorgen maken over hun uiterlijk.

Volgens een overzicht uit 2011 leidt in sommige gevallen het uittrekken van hun haar ertoe dat mensen werk, school en sociale functies vermijden. Volgens het American Journal of Psychiatry zegt bijna een derde van de mensen met trichotillomanie dat ze een lage kwaliteit van leven hebben.

Volgens een artikel in het American Journal of Psychiatry eet ongeveer 20% van de mensen die trichotillomanie hebben hun haar op nadat ze het uitgetrokken hebben. Een van de meest voorkomende en ernstige complicaties van dit gedrag is de vorming van een haarbal in de maag. Artsen noemen dit een trichobezoar. Een trichobezoar kan schade aan het maag-darmkanaal veroorzaken. Enkele mogelijke complicaties van een trichobezoar zijn:

  • misselijkheid
  • braken
  • maagpijn
  • darmobstructie
  • bloedarmoede

Als een trichobezoar iemands darm belemmert, kan een operatie nodig zijn om hem te verwijderen.

Oorzaken en risicofactoren van trichotillomanie

Artsen weten niet wat de oorzaak is dat iemand trichotillomanie ontwikkelt. Sommige mensen melden dat haartrekken helpt om verveling of stress te verlichten. Volgens een artikel in het American Journal of Psychiatry kunnen sommige mensen aan hun haar trekken als een manier om met negatieve emoties om te gaan.

Artsen weten wel dat bepaalde factoren iemands risico op het ontwikkelen van trichotillomanie kunnen verhogen. Deze risicofactoren zijn onder andere:

  • Genetische voorgeschiedenis: Iemand die een eerstegraads familielid (ouder of broer of zus) met trichotillomanie heeft, heeft meer kans om de aandoening zelf ook te hebben.
  • Trauma in de kindertijd: Volgens de National Organization for Rare Disorders kan iemand die een jeugdtrauma heeft meegemaakt meer kans hebben om trichotillomanie te ontwikkelen. Er is echter niet genoeg onderzoek om dit idee te ondersteunen.

Artsen werken ook aan het opsporen van veranderingen in de hersenfunctie of -chemie die tot trichotillomanie zouden kunnen leiden. Bepaalde veranderingen kunnen iemands vermogen om impulsief gedrag, zoals haartrekken, te beheersen beïnvloeden.

Behandeling van trichotillomanie

Veel mensen die trichotillomanie hebben zoeken geen behandeling voor hun aandoening. Sommige mensen zijn zich er misschien niet van bewust dat ze een erkende medische aandoening hebben, en zien haartrekken misschien gewoon als een slechte gewoonte. Anderen kunnen om verschillende redenen aarzelen om naar hulp te zoeken.

Artsen stellen bij veel gevallen van trichotillomanie geen diagnose, waardoor er maar weinig informatie over effectieve behandelingen beschikbaar is. Onderzoek suggereert echter dat specifieke gedragstherapieën en medicijnen gunstig kunnen zijn voor mensen met de aandoening. Ook het aanleren van ontspanningstechnieken kan iemand met trichotillomanie helpen.

Cognitieve gedragstherapie (CGT)

Cognitieve gedragstherapie is een stapsgewijze aanpak die zich richt op het veranderen van specifiek gedrag door de oorzaken ervan vast te stellen. Het leert je ook vaardigheden om je gedrag en gedachten te veranderen.

Gewoonte-omkeringstraining (HRT)

Gewoonte-omkeringstraining of habit reversal therapy (HRT), is een vorm van cognitieve gedragstherapie die speciaal wordt gebruikt voor drang- en dwangtrekken. Het is ook effectief bij tics en de behandeling van trichotillomanie. HRT omvat vijf fasen:

  • Bewustwordingstraining: Je identificeert de psychologische en omgevingsfactoren die een episode van haartrekken kunnen uitlokken.
  • Competing response training: Je oefent met het vervangen van het haartrekgedrag door een ander gedrag.
  • Motivatie en naleving: Je houdt je bezig met activiteiten en gedragingen die je eraan herinneren hoe belangrijk het is om je aan HRT te houden. Dit kan het krijgen van complimenten van familie en vrienden voor de tijdens de therapie geboekte vooruitgang omvatten.
  • Ontspanningstraining: Je oefent ontspanningstechnieken, zoals meditatie en diep ademhalen. Deze helpen om stress en het daarmee gepaard gaande haartrekken te verminderen.
  • Generalisatietraining: Je oefent je nieuwe vaardigheden in verschillende situaties, zodat het nieuwe gedrag automatisch wordt.

Volgens een overzicht uit 2011 zijn de meeste deskundigen het erover eens dat HRT de eerstelijns behandeling voor trichotillomanie moet zijn.

Dialectische gedragstherapie (DBT)

Dialectische gedragstherapie (DBT) is een andere optie voor de behandeling van haartrekken. Deze therapie kan nuttig zijn voor de behandeling van de oorzaken achter lichaamsgericht gedrag.

De vier aspecten van DBT zijn:

  • mindfulness
  • sresstolerantie
  • emotieregulatie
  • interpersoonlijke effectiviteit

Andere therapie

Andere gedragstherapieën zijn acceptatie- en commitment therapie (ACT) en het Comprehensive Behavioral Model of Treatment (ComB). Deze zijn beide betrekkelijk nieuw en er is meer onderzoek nodig om hun effectiviteit te bevestigen.

Medicatie

Een overzichtsstudie uit 2013 onderzocht de werkzaamheid van verschillende medicijnen bij de behandeling van trichotillomanie. De review omvatte acht trials, waarvan er zeven placebo-gecontroleerd waren. De geneesmiddelen die in de acht proeven werden onderzocht waren onder anderen:

  • selectieve serotonine heropname remmers (SSRI’s), (antidepressiva)
  • clomipramine, (tricyclisch antidepressivum)
  • naltrexon, (opioïde antagonist)
  • olanzapine, (antipsychoticum)
  • N-acetylcysteïne

De onderzoekers identificeerden olanzapine, N-acetylcysteïne, en clomipramine als de enige middelen die een significant behandelingseffect op trichotillomanie hadden. De studies gebruikten echter zeer kleine steekproefgroottes en rapporteerden geen informatie over bijwerkingen. Verdere gecontroleerde klinische studies zijn nodig om de veiligste en meest geschikte medicamenteuze behandelingen voor trichotillomanie te bepalen.

Geschiedenis van de term trichotillomanie

De Franse dermatoloog Hallopeau introduceerde in 1889 de term trichotillomanie (TTM) voor de onweerstaanbare of dwangmatige drang om bij jezelf de haren uit te trekken.

Het woord trichotillomanie is afgeleid van het Griekse thrix (haar), tillein (trekken) en mania (waanzin). De benaming is wat misleidend, aangezien mensen met trichotillomanie niet gek of psychotisch zijn.

Bronnen