De homorechtenbeweging in de Verenigde Staten: een korte geschiedenis

De homorechtenbeweging in de Verenigde Staten heeft in de afgelopen eeuw, en vooral in de laatste twee decennia, enorme vooruitgang geboekt. Wetten die homoseksuele activiteiten verbieden zijn afgeschaft, lesbiennes, homo’s en biseksuelen mogen nu openlijk dienen in het leger. Stellen van hetzelfde geslacht kunnen legaal trouwen en kinderen adopteren in alle 50 staten.

Maar het is een lange en hobbelige weg geweest voor de Amerikanen en de strijd is nog niet klaar. Nog steeds moet worden gevochten voor antidiscriminatiewetten en genderrechten.

De vroege homorechtenbeweging

In 1924 richtte Henry Gerber, een Duitse immigrant, in Chicago de Society for Human Rights op. Dit is de eerste gedocumenteerde organisatie voor homorechten in de Verenigde Staten. Tijdens zijn Amerikaanse legerdienst in de Eerste Wereldoorlog werd Gerber geïnspireerd om zijn organisatie op te richten door het Wetenschappelijk-Humanitair Comité, een homoseksuele-emancipatiegroep in Duitsland.

Gerber’s kleine groep publiceerde een paar nummers van zijn nieuwsbrief Vriendschap en Vrijheid, de eerste nieuwsbrief voor homo’s in het land. Politie-invallen zorgden ervoor dat de groep in 1925 werd ontbonden, maar 90 jaar later wees de Amerikaanse regering het huis van Gerber in Chicago aan als National Historic Landmark.

De homofiele jaren

In 1950 richtte Harry Hay een van de eerste homorechtengroepen van de US op, de Mattachine Foundation. Deze organisatie uit Los Angeles gebruikte het woord homophile (homofiel), wat beschouwd werd als minder klinisch en gericht op seksuele activiteit dan homosexual (homoseksueel).

De stichting wilde het leven van homoseksuele mannen verbeteren door middel van discussiegroepen en aanverwante activiteiten. Het begon als een klein initiatief maar breidde zich uit nadat het stichtende lid Dale Jennings in 1952 gearresteerd werd voor prostitutie en later vrijgelaten werd als gevolg van een jury die niet tot een besluit kon komen.

Aan het eind van het jaar richtte Jennings een andere organisatie op, One, Inc. genaamd, die ook vrouwen verwelkomde en het eerste pro-homo tijdschrift van het land publiceerde. Jennings werd in 1953 uit One, Inc. gezet, deels omdat hij communist was. Hij en Harry Hay werden ook uit de Mattachine Foundation gezet vanwege hun communistische neigingen, maar het tijdschrift bleef bestaan.

In 1958 won One, Inc. een rechtszaak tegen het Amerikaanse postkantoor, dat in 1954 het tijdschrift “obsceen” verklaarde en weigerde het te bezorgen.

De Mattachine Society

De leden van de Mattachine Foundation herstructureerden de vereniging om tot de Mattachine Society, die lokale afdelingen in andere delen van het land kreeg. In 1955 begon deze met de publicatie van de tweede gaymagazine van het land, The Mattachine Review. In datzelfde jaar richtten vier lesbische paren in San Francisco een organisatie op: The Daughters of Bilitis, die al snel begon met het uitgeven van een nieuwsbrief genaamd The Ladder, de eerste lesbische publicatie.

Transgenders kwamen rond deze tijd ook voor het eerst in het Amerikaanse bewustzijn terecht toen George William Jorgensen, Jr., in Denemarken een geslachtsveranderingsoperatie onderging om Christine Jorgensen te worden.

Deze eerste jaren van de homorechtenbeweging werd ook geconfronteerd met een aantal opmerkelijke tegenslagen: de American Psychiatric Association vermeldde homoseksualiteit als een psychiatrische stoornis in het handboek van de psychiatrie die we ook in Nederland gebruiken (de DSM) in 1952.

Het jaar daarop tekende president Dwight D. Eisenhower een decreet dat homo’s, of mensen die zich schuldig maken aan ‘seksuele perversie’, verbood een federale (ambtenaren-) baan te hebben. Dit verbod zou zo’n 20 jaar van kracht blijven.

Homorechten in de jaren zestig

De homorechtenbeweging in de Verenigde staten boekte in de jaren zestig van de vorige eeuw vooruitgang. In 1961 werd Illinois de eerste staat die zijn anti-sodomiewetten afschafte, waardoor homoseksualiteit werd gedecriminaliseerd. Een lokaal tv-station in Californië zond de eerste documentaire over homoseksualiteit uit: The Rejected.

In 1965 gebruikte Dr. John Oliven in zijn boek Sexual Hygiene and Pathology de term transgender om iemand te beschrijven die geboren is in het lichaam van het verkeerde biologische sekse.

Ondanks de vooruitgang leefden LGBTQ+-personen in een stedelijke subcultuur en werden ze routinematig onderworpen aan intimidatie en vervolging, zoals in bars en restaurants. Homoseksuele mannen en vrouwen in New York City konden geen alcohol bestellen in het openbaar, als gevolg van drankwetten die het samenkomen van homoseksuelen als disorderly beschouwden.

Uit angst dat hun bar gesloten werd door de autoriteiten weigerden sommige barmannen drank te schenken aan mensen die verdacht werden van homoseksualiteit. Anderen ontzegden de toegang tot de bar, of serveerden alleen als deze mensen niet met elkaar praatten

In 1966 organiseerde de Mattachine Society in New York City een “sip-in”, een variatie op de “sit-in”-protesten van de jaren zestig. Ze bezochten bars, verklaarden dat ze homo waren en wachtten tot ze werden weggestuurd. Vervolgens klaagden ze de bars aan. Ze werden geweigerd in de Greenwich Village bar Julius. De rechtzaak resulteerde in veel publiciteit en de snelle verandering in de anti-homo-alcoholwetten.

Stonewall Inn

In 1969 werd de homorechtenbeweging en genderrechtenbeweging in een inmiddels beruchte gebeurtenis tot grote versnelling gebracht. De clandestiene homoclub Stonewall Inn was bekend in Greenwich Village omdat het er groot en goedkoop was, omdat homoseksuelen met elkaar dansen mochten en omdat het ook dragqueens en dakloze jongeren verwelkomde. De politie viel regelmatig de club binnen.

In de vroege uren van 28 juni 1969 deed de politie van New York City weer eens een inval in de Stonewall Inn. Buurtbewoners en barbezoekers hadden er genoeg van en begonnen voorwerpen naar de politie te gooien toen ze de gearresteerden in de politiebusjes laadden. Dit monde uit in een ware opstand met rellen en protesten die nog eens vijf dagen duurden.

Christopher Street Liberation Day

Kort na de Stonewall-opstand splitsten leden van de Mattachine Society zich af om het Gay Liberation Front te vormen, een radicale groepering die publieke demonstraties, protesten en confrontaties met politieke functionarissen op gang bracht.

Soortgelijke groepen volgden, waaronder de Gay Activists Alliance, Radicalesbians en Street Transvestites Action Revolutionaries.

Op de eerste verjaardag van de Stonewallrellen marcheerden leden van de New Yorkse gemeenschap door de plaatselijke straten ter nagedachtenis aan de gebeurtenis. De mars, die de Christopher Street Liberation Day wordt genoemd wordt nu beschouwd als de eerste gay pride parade van de Verenigde Staten. Activisten maakten op die dag van de stigmatiserende roze driehoek die homoseksuelen in de tweede wereldoorlog moesten dragen een symbool van gay pride.

Politieke overwinningen

De toegenomen zichtbaarheid en het activisme van LGBTQ+-personen in de jaren zeventig hielpen de vooruitgang. Zo oordeelde het Hooggerechtshof van New York in 1977 dat transgender-vrouw Renée Richards als vrouw kon deelnemen aan het United States Open tennistoernooi.

Daarnaast kregen verschillende openlijke LGBTQ+-personen publieke ambten: Kathy Kozachenko won een zetel in de Ann Harbor, Michigan, City Council in 1974, en werd de eerste openlijk homoseksuele Amerikaan die werd gekozen voor een openbaar ambt.

Harvey Milk, die pro-homo-rechten campagne voerde, werd in 1978 de supervisor van de stad San Francisco en werd de eerste openlijk homoseksuele man die werd gekozen voor een politiek ambt in Californië.

Milk vroeg Gilbert Baker, een kunstenaar en homorechtenactivist, om een embleem te creëren dat de homorechtenbeweging vertegenwoordigt en zou worden gezien als een symbool van trots. Baker ontwierp maakte de eerste regenboogvlag, die hij onthulde tijdens een pride parade in 1978.

Het jaar daarop, in 1979, namen meer dan 100.000 mensen deel aan de eerste nationale mars in Washington voor lesbische en homorechten.

DADT en DOMA

In 1992 beloofde Bill Clinton tijdens zijn presidentiele campagne dat hij het verbod op homo’s in het leger zou opheffen. Maar na het uitblijven van voldoende steun voor dat beleid, ging president Clinton in 1993 over tot het “Don’t Ask, Don’t Tell” (DADT) beleid waarmee homoseksuele mannen en vrouwen in het leger mochten dienen zolang ze hun seksualiteit geheim hielden. Het DADT-beleid werd gehekeld omdat het niet hielp met het beschermen van mensen die op grond van hun seksualiteit werden ontslagen.

In 1992 nam het District of Columbia een wet aan die homo- en lesbische stellen toestond zich te registreren als domestic partners, waardoor ze enkele huwelijksrechten kregen. De stad San Francisco nam drie jaar eerder een soortgelijke verordening aan. Californië zou die rechten later uitbreiden tot de hele staat in 1999.

In 1993 oordeelde de hoogste rechtbank van Hawaï dat een verbod op het homohuwelijk in strijd was met de grondwet van de staat. De kiezers van de staat waren het daar echter niet eens en in 1998 werd een wet aangenomen die het homohuwelijk verbood.

De federale wetgevers waren het er ook niet eens en het Congres keurde de Defense of Marriage Act (DOMA) goed. Clinton ondertekende in 1996 deze wet die de overheid om verhinderde om federale huwelijksvoordelen te verlenen aan paren van hetzelfde geslacht en staten toestond om te weigeren om certificaten van het homohuwelijk van andere staten te erkennen.

Hate Crimes en antisodomie

Er waren andere overwinningen. In 1994 stond een nieuwe anti-hate-crime wet rechters toe om hardere straffen op te leggen als een misdrijf werd gemotiveerd door de seksuele geaardheid van een slachtoffer.

Helaas hielp dat de 21-jarige Matthew Shepard niet, die in 1998 met een pistool werd geslagen, gemarteld, aan een hek werd vastgebonden en daar werd achtergelaten om te sterven. De motivatie voor de moord was Shepard’s homoseksualiteit.

In 2003 oordeelde het Amerikaanse Hooggerechtshof in de zaak Lawrence v. Texas dat de anti-sodomiewet van Texas niet rechtsgeldig was. Deze uitspraak van het Hooggerechtshof decriminaliseerde de homoseksuele relaties in het hele land.

Het Amerikaanse homohuwelijk

Terwijl Nederland als eerste land ter wereld het burgerlijke huwelijk openstelde voor paren van hetzelfde geslacht (1 april 2001) bleef het stil aan het huwelijksfront in de VS, de DOMA had daar de huwelijken in een ijzeren greep.

Massachusetts was uiteindelijk de eerste staat die het homohuwelijk legaliseerde, en het eerste legale homohuwelijk werd uitgevoerd op 17 mei 2004. Dezelfde dag volgden zevenenzeventig andere paren in de hele staat.

Edith Windsor en Thea Spyer trouwden in Ontario, Canada in 2007. De staat New York erkende het huwelijk maar de federale overheid deed dat niet. Toen Spyer in 2009 stierf, liet ze haar landgoed na aan Windsor, maar aangezien het huwelijk van het paar niet federaal werd erkend kreeg Windsor geen belastingvrijstelling als overlevende echtgenoot. Windsor klaagde de regering eind 2010 aan in de Verenigde Staten vs Windsor. Maanden later kondigde de Amerikaanse procureur-generaal Eric Holder aan dat het Barack Obama-beleid DOMA niet langer zou verdedigen.

In 2012 oordeelde het 2e Amerikaanse Circuit Court of Appeals dat DOMA de gelijkheid in de grondwet schendt. Het Amerikaanse Hooggerechtshof stemde ermee in om argumenten voor de zaak te horen. Het Hof oordeelt in het voordeel van Windsor.

In Obergefell v. Hodges klaagden de eisers onder leiding van Jim Obergefell, die niet in staat was om zijn naam op de overlijdensakte van zijn overleden echtgenoot te zetten, aan dat de wetten in strijd waren met de clausule van gelijke bescherming en de clausule van eerlijke rechtsbedeling van het veertiende amendement.

De conservatieve rechter Anthony Kennedy koos de kant van de rechters Ruth Bader Ginsburg, Stephen Breyer, Sonia Sotomayor en Elena Kagan ten gunste van het homohuwelijk, waardoor het homohuwelijk legaal wordt in de Verenigde Staten in juni 2015. Uit de uitspraak:

“Geen enkele verbintenis is diepgaander dan het huwelijk, want het belichaamt de hoogste idealen van liefde, trouw, toewijding, opoffering en familie. Bij het vormen van een echtelijke verbintenis worden twee mensen iets groters dan ooit tevoren. Zoals sommige van de indieners van de verzoekschriften in deze gevallen aantonen, belichaamt het huwelijk een liefde die zelfs na de dood nog kan voortduren. Het zou onbegrijpelijk zijn als deze mannen en vrouwen zouden zeggen dat ze het idee van het huwelijk niet respecteren. Hun pleidooi is dat ze het wel respecteren, dat ze het zo diepgaand respecteren dat ze het voor zichzelf in vervulling proberen te laten gaan. Hun hoop is niet veroordeeld te worden om in eenzaamheid te leven, buitengesloten van een van de oudste instellingen van de beschaving. Ze vragen om gelijke waardigheid in de ogen van de wet. De grondwet geeft hen dat recht.”

Obama opent de deuren naar de 21ste eeuw

In 2009 tekende president Barack Obama een nieuwe hate-crime-wet. De wet, algemeen bekend als de Matthew Shepard Act, breidde het bereik van de hate-crime-wet van 1994 uit.

In 2011 kwam president Obama zijn campagnebelofte na en trok DADT in; tegen die tijd waren er al meer dan 12.000 officieren ontslagen uit het leger omdat ze weigerden hun seksualiteit te verbergen. Don’t Ask, Don’t Tell werd officieel ingetrokken op 20 september 2011.

Een paar jaar later oordeelde het Hooggerechtshof Sectie 3 van DOMA, die de regering toestond om federale voordelen te ontzeggen aan gehuwde paren van hetzelfde geslacht, niet rechtsgeldig.

Genderrechten

Een dag na de belangrijke uitspraak die het homohuwelijk legaal maakte hief de Boy Scouts of America het verbod op openlijk homoseksuele leiders en werknemers op. In 2017 zette ze een streep door een eeuwenoud verbod op transgender-jongens. De Girl Scouts van de VS waren al lange tijd open voor LGBTQ-leiders en kinderen en had haar eerste transgender-lid in 2011 geaccepteerd.

In 2016 hief het Amerikaanse leger zijn verbod op transgenders op, een maand nadat Eric Fanning secretaris van het leger werd en daarmee de eerste openlijk homoseksuele secretaris van een Amerikaanse militaire tak.

Helaas remde de verkiezing van Trump de genderrechtenbeweging. In maart 2018 kondigde president Donald Trump een nieuw transgenderbeleid voor het leger aan dat de meeste transpersonen opnieuw uit de militaire dienst verbood.